Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

De stater in de bek van de vis

Jacob Jordaens
Het wonder van de stater in de bek van de vis

Zorg voor de sociaal zwakkeren is niet iets van de laatste tijd, maar kent in de Nederlanden een lange traditie. Sinds de zeventiende eeuw probeerde bijvoorbeeld de stad Amsterdam het leven van de armen door zogenaamde Huiszittenhuizen iets dragelijker te maken. Deze instellingen deelden brood, boter en kaas uit en verstrekten ook turf om in de winter mee te stoken. Dat deze Huiszittenhuizen nodig waren, laat het aantal ingeschreven huishoudens zien. In het jaar 1800 voorzag het Huiszittenhuis op de Nieuwe Zijds in de zomer 900 en in de winter 5300 (!) ingeschrevenen van ondersteuning.
Het geld voor al deze liefdadigheid werd in eerste instantie verkregen via de kerk waar de Huiszittenhuizen oorspronkelijk aan verbonden waren. Onder andere collectes en subsidies zorgden voor inkomsten. Maar ook obligaties, rentebrieven, landerijen en onroerend goed die in het bezit waren van de kerk en de Huiszittenhuizen leverden een aardige bijdrage aan de armenzorg. Volgens een bepaling uit 1530 ging de erfenis van mensen die door een Huiszittenhuis onderhouden waren en die geen nakomelingen hadden, naar de instelling. Aan het begin van de zeventiende eeuw kwamen de Huiszittenhuizen onder het stadsbestuur en sindsdien zorgde de stad voor het merendeel van de financiering.

Huiszittenhuizen werden bestuurd door regenten of Huiszittenmeesters die uit de gegoede burgerij kwamen. Naar alle waarschijnlijkheid hing in de bestuursruimte van de regenten van het Nieuwe Zijds Huiszittenhuis in Amsterdam dit schilderij van de bekende Vlaamse schilder Jacob Jordaens: Het wonder van de stater in de bek van de vis. ('Stater' is de naam van een oude Griekse munt; de Nieuwe Bijbelvertaling spreekt hier over een 'vierdrachmenstuk'.)

Het schilderij valt op door de diagonale opbouw van linksonder naar rechtsboven. Rechts op de voorgrond zit Petrus die net de vis uit het water heeft getrokken en in zijn bek kijkt. Verschillende discipelen kijken toe maar door de bedrijvigheid om hen heen valt Petrus niet meteen op als hoofdfiguur van de voorstelling.

Het onderwerp van dit schilderij is vermoedelijk niet toevallig gekozen voor een Huiszittenhuis. Na een discussie over de kwestie van wie belasting wordt geïnd en wie wordt ontzien, geeft Jezus aan Petrus de opdracht om de verschuldigde tempelbelasting uit de bek van een vis te halen (Matteüs 17:25-27). De betekenis van dit verhaal in het Huiszittenhuis lijkt tweeledig te zijn. Voor de armen verkondigt het de boodschap dat het, zolang je maar geloof hebt, goed komt en dat er voor je gezorgd wordt. Voor de vermogende burgers vormt dit verhaal echter ook een aansporing om de verschuldigde belastingen waarmee de openbare armenzorg gefinancierd wordt, zonder morren te betalen.

Heeft betrekking op:

Matteüs 17:27