Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Utrechtse Bijbel van 1924

1 Johannes 3:7-9

7 Lieve kinderen, laat niemand u misleiden. Hij die gerechtigheid doet, is rechtvaardig, gelijk hij [Christus] rechtvaardig is. 8 Hij die de zonde doet, is uit den duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de zoon van God geopenbaard, opdat hij de werken van den duivel zou te niet doen. 9 Een ieder die uit God geboren is, doet geene zonde, omdat de kracht Gods in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.

De hoogleraren H.T. Obbink en A.M. Brouwer waren in het begin van de twintigste eeuw in Utrecht docent aan de theologische faculteit. Ze behoorden tot de ethische richting in de Nederlandse Hervormde Kerk, die de nadruk legde op deugdzaam, beschaafd leven. Voor hun werk gebruikten ze de Statenvertaling van 1637,De Statenvertaling van 1637 maar ze waren daar steeds minder tevreden over. Ze vonden haar verouderd, hoewel het verhevene van de taal hen wel aansprak. Ze zouden gebruik kunnen maken van de Leidse vertaling van 1912.De Leidse vertaling van 1912 Maar daartegen hadden ze weer andere bezwaren. Obbink schreef dat de Leidse vertaling het 'aroma' van de Statenvertaling miste en daardoor nooit een bijbel voor het volk zou kunnen worden. Hij en zijn collega Brouwer vonden dat de taal van een nieuwe vertaling modern, maar niettemin verheven zou moeten zijn. Dus niet al te gewoon en alledaags.

Ze namen het initiatief tot een nieuwe bijbelvertaling, waarvan Obbink het Oude Testament voor zijn rekening nam en Brouwer het Nieuwe Testament. De officiële naam van deze vertaling luidt: De Bijbel: verkorte uitgave, opnieuw uit de grondtekst vertaald. De vermelding 'verkorte uitgave' heeft voornamelijk betrekking op het Oude Testament. Om de leesbaarheid te vergroten werden geslachtsregisters, opsommingen van wetten en grotere herhalingen weg gelaten. Verder is opmerkelijk dat alles wat verband houdt met seksualiteit is geschrapt of gewijzigd. De “voor nette Hervormden” zogenaamde aanstotelijke passages zoals Genesis19:4-11, 29-38; en de Genesishoofdstukken 34 en 38 vindt men in deze verkorte uitgave niet.

De vertaling is veel gebruikt door een bepaalde groep protestanten, de zo geheten 'ethischen'. Die waren dan ook blij, toen de vertaling tussen 1920 en 1924 verscheen. Dat stempel van de ethische richting is er dan ook de oorzaak van dat er geen breed draagvlak voor deze vertaling was: zij hoorde te veel bij een bepaalde kerkelijke groep. In dit opzicht past een vergelijking met de Leidse vertaling.

Ondanks dat feit, is deze Utrechtse bijbel toch vrij veel gelezen, vooral doordat het monumentale karakter van de Statenvertaling behouden bleef. Het oordeel over de vertaling van Obbink-Brouwer is positief: men acht haar begrijpelijk en goed leesbaar. De stijl ervan is verheven. De orthodoxe hervormden wezen haar af wegens haar bijbel-kritische karakter.

Bibliografische referenties

H.T. Obbink & A.M. Brouwer (red.), De Bijbel: verkorte uitgave, opnieuw uit de grondtekst vertaald, Amsterdam: Van Looy, 1921-1927.

Heeft betrekking op:

1 Johannes 3:7-9