Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De vertaling van Beelen uit 1897

Na de val van Napoleon werd in 1814 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden gesticht. Daarin werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, die vanaf de Tachtigjarige Oorlog apart waren opgetrokken, weer verenigd. De scheiding van een paar honderd jaar had een moeilijk te overbruggen kloof tot gevolg gehad, onder andere vanwege een groeiend verschil in godsdienst en taal.

Koning Willem I, in 1815 aangetreden, ontwikkelde plannen die voor het rooms-katholieke zuiden onaanvaardbaar waren. Hij wilde een nationale kerk los van Rome. Verder wilde hij een nieuw onderwijsstelsel onder controle van de staat. Daarin was voor de rooms-katholieke priesteropleidingen in de seminaries geen plaats. In 1830 ontstond daardoor in het zuiden een afscheidingsbeweging. Liberalen en rooms-katholieken verzetten zich tegen de plannen van Willem I en scheidden zich in 1839 af in een zelfstandige nationale staat België.

De verhouding tussen Noord en Zuid werd gekenmerkt door rivaliteit, waarin de tegenstelling tussen protestant en rooms-katholiek een belangrijk element was. Uit dit klimaat is de behoefte aan een eigen rooms-katholieke bijbelvertaling te verklaren. De eerste vertaling in deze context is de vertaling van J.Th. Beelen. Beelen kwam uit Amsterdam. Zijn Vlaams week niet veel af van het Nederlands. Zijn Nieuwe Testament werd daarom ook in Noord-Nederland gebruikt. Dat Nieuwe Testament verscheen in afleveringen tussen 1860-1863 in Leuven onder de titel Het Nieuwe Testament onzes Heeren Jesus Christus. Het werk dat verspreid werd door twee Nederlandse uitgevers, was zowel voor de Vlaamse als de Nederlandse markt bestemd, getuige het feit dat zowel de Belgische als de Nederlandse bisschoppen de vertaling hadden voorzien van een goedkeuring.

De vertaling van Beelen was gebaseerd op de Latijnse Vulgaat, maar tevens met gebruikmaking van de Griekse tekst. Dat uitgangspunt van Beelen was nieuw. De rooms-katholieke kerk beschouwde tot nu toe de Vulgaat niet zozeer als vertaling, maar als gezaghebbende grondtekst van de bijbel zelf. Daarin kwam langzamerhand verandering. Bijna een halve eeuw later zou paus Leo XIII eveneens wijzen op het belang van grondteksten voor vertalingen van de hele bijbel.

Hierna zette Beelen zich aan een vertaling van het Oude Testament. Toen hij in maart 1884 te Leuven stierf, waren er een vijftal boeken klaar. Enige tijd later zette een groep Vlaamse seminariehoogleraren het werk van Beelen voort met een vertaling van het gehele Oude Testament, waarin het door Beelen verrichte werk zou worden opgenomen. Omdat aan het Oude Testament alleen Vlamingen meewerkten, was de vertaling Vlaamser dan het Nieuwe Testament van Beelen. Daarom werd het Oude Testament minder gelezen in Nederland.

Opvallend is dat Beelens vertaling voornamelijk gebruikt werd door de geestelijkheid. Het Oude Testament werd uitgegeven onder de titel Het Oude Testament in het Vlaamsch vertaald en uitgelegd. Het verscheen in afleveringen tussen 1896 en ’97. Het Nieuwe Testament werd hieraan in herdruk toegevoegd. Het geheel bestaat uit 9 delen. Het bevat de Latijnse tekst van de Vulgaat en de Vlaamse vertaling. In de marge staan uitgebreide aantekeningen met commentaar om de geestelijken materiaal aan te reiken om de tekst aan leken te kunnen uitleggen.

Bibliografische referenties

Anneke de Vries, Zuiver en onvervalscht? Diss. VU Amsterdam, 1994.

Heeft betrekking op:

3 Johannes 1:1-5