Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

De vloek van Judas

Verspreid over het hele Middellandsezeegebied zijn oude christelijke grafschriften gevonden waarin grafschenners worden vervloekt met het lot van Judas, de leerling van Jezus die hem verraadde. Neem bijvoorbeeld deze inscriptie uit Carthago in het huidige Tunesië:

‘Als iemand dit graf schendt, zal hij delen in het lot van Judas Iskariot.’

Of de volgende inscripties uit het Griekse Delfi en Argos:

‘Als iemand dit graf opent […], zal hij delen in het lot van Judas, de verrader van onze Heer Jezus Christus.’
‘[…] Als iemand dit (graf) opent […], zal hem de vervloeking treffen van Judas en van hen die riepen: Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’

Maar welk lot zal de grafschenner eigenlijk treffen? Wat was het lot van Judas? In het Nieuwe Testament vinden we twee verschillende versies over Judas’ einde. Volgens Matteüs 27:5 had hij berouw gekregen van zijn verraad en verhing hij zich. In Handelingen 1:18 vertelt Petrus dat Judas van zijn verradersloonEen judasloon, judasgeld een stuk grond had gekocht, maar ‘bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen.’ Het Griekse woord dat hier is vertaald met ‘opengereten’ kan ook ‘openbarsten’ betekenen. Zo is het opgevat door Papias, een bisschop uit de tweede eeuw na Christus, die de twee versies probeerde te verzoenen: Judas verhing zich ja, maar voordat hij zichzelf op die manier wurgde werd hij naar beneden gehaald. Hij bleef dus in leven, maar raakte geweldig opgezwollen – zijn oogleden bijvoorbeeld werden zo dik dat hij het daglicht niet eens meer kon zien – en is uiteindelijk opengebarsten. Het was waarschijnlijk een dergelijk gruwelijk levenseinde dat aan grafschenners werd toegedacht.

De inscripties stammen uit de late oudheid en het zal geen toeval zijn dat ze voorkomen in een tijd waarin kerkelijk antisemitisme manifest was. Antisemitisme was geen nieuw verschijnsel, maar christenen voerden een nieuw argument aan om Joden te haten: de Joden hebben Christus verraden en vermoord. Niet alleen Judas, het hele Joodse volk werd verantwoordelijk gesteld voor het verraad van Jezus en zijn dood.

Bibliografische referenties

D. Feissel, ‘Notes d'épigraphie chrétienne II’, Bulletin de Correspondence Hellénique 101 (1977), p. 224-228

P.W. van der Horst, ‘A Note on the Judas Curse in Early Christian Inscriptions’, Orientalia Christiana Periodica 59 (1993), p. 211-215

M. Simon, Verus Israel, Parijs 1964, p. 239-274

Heeft betrekking op:

Matteüs 27:5, Handelingen 1:18