Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

De zondeval

Cornelis Cornelisz. van Haarlem
De zondeval

Dit enorme schilderij hing lange tijd in het Prinsenhof in Haarlem, het gebouw waar prins Maurits logeerde wanneer hij de stad bezocht. Ter verfraaiing van de prinselijke vertrekken hadden de bestuurders van Haarlem bij een van hun beroemdste stadgenoten, Cornelis Cornelisz, die in zijn eigen stad beter bekend stond als Cornelis de Schilder, een aantal schilderijen besteld.

Cornelisz schilderde vervolgens deze Zondeval, die grote indruk maakte op degenen die in het Prinsenhof op bezoek kwamen. De Haarlemse schilder en schrijver Karel van Mander (1548-1606) sprak van ‘eenen grooten Adam en Eva […], en sijn beelden so groot als 't leven, seer heerlijck gedaen’. En terecht, de figuren zijn inderdaad levensgroot neergezet als twee perfecte naakten. Hun klassieke houding, evenwichtige proporties en zachte contouren doen denken aan de Italiaanse kunst uit die tijd.

Linksachter is het paar nog een keer te zien. Daar verschijnt God aan hen om hun de boom van de kennis van goed en kwaad aan te wijzen, de enige boom in het paradijs waarvan zij niet mogen eten (Gen. 2:16-17). Het was in vroeger eeuwen niet ongebruikelijk twee opeenvolgende episodes van een verhaal tegelijk af te beelden, maar in Cornelisz' tijd was het toch al enigszins ouderwets. God zelf heeft de vorm aangenomen van een wolk. Dit was wellicht de wens van de opdrachtgevers. Protestanten was het niet toegestaan God in menselijke gedaante voor te stellen.

Uit een donker bos rechtsachter komt een draak tevoorschijn. Evenals de slang een symbool voor de duivel (vgl. Openb. 12:9), die volgens de bijbeltekst Eva weet te verleiden Gods waarschuwing te negeren. Hier is de slang afgebeeld met een menselijk bovenlichaam. Hij reikt Eva de verboden vrucht aan. Hoewel Eva de vrucht nog niet heeft aangenomen, heeft zij er al wel een aan Adam gegeven (Gen. 3:1-6). Zo sleept zij hem mee in het kwaad.

Behalve de draak en de slang hebben ook andere dieren in het schilderij een symbolische betekenis. Opvallend is het dierenpaar tussen Adam en Eva in: een aapje en een kat in een innige omhelzing. Cornelisz’ tijdgenoten wisten de betekenis hiervan waarschijnlijk zonder moeite te duiden; de impliciete waarschuwing voor prins Maurits en andere hovelingen zal niet onopgemerkt zijn gebleven. De aap stond voor de mannelijke wellust, de kat voor de vrouwelijke sluwheid. Het koolwitje dat precies in het centrum van de afbeelding op de boom zit, werd geassocieerd met lichtzinnigheid - juist de eigenschap die Adam en Eva in het verderf stortte.

Heeft betrekking op:

Genesis 3:6-7