Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Debora

Politiek en militair leiderschap zijn in de bijbel gebieden waarop zich uitsluitend mannen begeven. Er waren in het oude Israël, evenals in de meeste oude culturen, geen vrouwelijke leiders, koningen of generaals. Maar toch bestaan er in de wereldgeschiedenis een paar uitzonderingen op deze regel, en Debora is er daar een van.

Debora is, als rechter van Israel, de enige vrouw in de bijbel die een leidersrol vervult (Re. 4-5). Dit maakt haar, zoals al vaak gezegd is, tot een ongebruikelijke en opmerkelijke bijbelse figuur. Maar Debora is in nog meer opzichten opmerkelijk.

Zij is bijvoorbeeld, gek genoeg, de enige rechter die ook werkelijk rechtspreekt in het bijbelboek Rechters: Debora hield zitting onder de Deborapalm, en ‘daar kwamen de Israelieten haar hun rechtsgeschillen voorleggen’ (Re. 4:5). Vervolgens is zij de enige rechter die ook ‘profeet’ genoemd wordt. Dit wordt in het verhaal direct duidelijk. Haar opdracht voor Barak om ten strijde te trekken tegen de Kanaänitische koning Jabin en zijn veldheer Sisera is niet haar eigen idee, maar is rechtstreeks afkomstig van God: ‘De Heer, de God van Israël gebiedt u’, zegt ze (Re. 4:6). En even later, in 4:9, uit ze de profetische woorden dat de Heer Sisera zal ‘uitleveren aan een vrouw’ – daarmee bedoelt ze overigens niet zichzelf maar Jaël, de tweede vrouwelijke held van het verhaal (4:17-22; 5:24-27).

Dat Debora rechter is – wat wil zeggen: de leider en bevrijderRechters van het volk – wordt nog door twee andere dingen geïllustreerd. Ten eerste de kleine woordenwisseling met haar ‘adjudant’ Barak. Als zij hem de opdracht heeft gegeven een leger te verzamelen, wil hij alleen ten strijde trekken als Debora met hem meegaat: ‘“Als u meegaat, zal ik gaan,” antwoordde Barak, “maar als u niet meegaat, ga ik niet.” En Debora ging uiteindelijk mee, zo vernemen we (Re. 4:8-9). Ten slotte is er nog de titel ‘moeder van Israël’, die haar toebedeeld wordt (5:7). Deze titel, in de NBV met recht vertaald als ‘leidsvrouw’, duidt op haar positie als leider van het volk. Zo wordt bijvoorbeeld Saul door David aangesproken als ‘vader’, niet omdat David zijn zoon is, maar omdat Saul de koning van Israël is (1 Sam. 24:11).

Het verhaal van Debora vinden we in de bijbel in proza (Re. 4) en in poëzie (Re.5). Het prozagedeelte stamt waarschijnlijk uit de tijd van het late koninkrijk. Het poëtische gedeelte echter, het (overwinnings)lied van Debora, moet vanwege de structuur en het archaïsche taalbebruik veel eerder gedateerd worden, tot misschien wel de twaalfde eeuw voor Christus. Daarmee is het mogelijk een van de oudste passages uit de bijbel.

In de tijd van de rechters was Israël sterk gedecentraliseerd, waardoor er constant behoefte was aan charismatische ‘ad hoc’ leiders. In die situatie hadden vrouwen wellicht gemakkelijker toegang tot leidersposities dan later het geval was. Een koning of priester moest bijvoorbeeld overeenkomstig wetten en gebruiken man zijn. Misschien zijn gedurende deze vroege geschiedenis van Israël meer vrouwen zoals zij opgestaan, maar de naam van Debora blijft de enige die we kennen.

Heeft betrekking op:

Rechters 4:1-5:31