Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Der IX Quaesten

In 1528 verscheen bij de Antwerpse drukker Jan van Doesborch een curieuze prozaroman onder de titel Der ix quaesten, over de negen 'kwaadste' (slechtste) mensen ter wereld. Het is een variant op de in de late Middeleeuwen zeer populaire traditie rond de Negen BestenVan den IX Besten, een opsomming van de negen beste ridders van de wereld, opgedeeld in drie heidenen, drie joden en drie christenen. Op vergelijkbare manier somt de anonieme auteur hier de negen slechtste mensen ter wereld op, van wie er maar liefst zes in de bijbel beschreven worden.

In de categorie Joden worden drie koningen van Israël opgevoerd: Jerobeam, Achab en Joram. De beschreven heidenen zijn Kaïn, Nero en Pilatus. De drie slechtste christenen zijn Judas Iskariot, de profeet Mohammed en keizer Julianus de Afvallige.

Het verhaal van Pilatus, dat hier als voorbeeld wordt uitgewerkt, wordt uitvoerig en met veel apocriefe details weergegeven:

Pylatus Pontius, een rechter ghestelt over dat Joetsche volcke, is mede gherekent vanden .ix. quaetsten, omdat hi dat alder beste goet dat inden hemel ende inder eerden is, so deerlijc, so tyrannelijc versmaet, ghepijnicht ende ter doot ghebracht heeft. Dese Pylatus was een bastaert ende een overwonnen hoerenkint.

Dan volgt het verhaal van een zekere koning Atus die tijdens een jachtpartij verdwaalt, onderdak krijgt bij een vriendelijke molenaar en 's nachts diens dochter Pijla bezwangert. Als er een jongetje geboren wordt, krijgt hij een naam die een samentrekking is van de namen van beide ouders. Tijdens zijn jeugd al blijkt het een opvliegend baasje: tot twee keer toe steekt hij zijn hartsvriend dood, de eerste tijdens een speelse vechtpartij, de tweede na een woordenwisseling.

Als straf wordt Pilatus naar de landstreek Pontus gestuurd, 'daer quaet, straf, ongevreest volck woende, die haer oversten ende rechters al plaghen doot te slaen, so dat daer geen regeerders noch rechter int landt en was'. Pilatus weet als rechter deze bandeloze menigte te onderwerpen en aan zich te binden. Dat verneemt koning Herodus, die zo iemand goed kan gebruiken om de opstandige Joden in Jeruzalem de baas te kunnen. Dan volgen de bijbelse gebeurtenissen rond het lijden en sterven van Jezus Christus.

Op dat moment krijgt keizer Augustus te horen dat er in Jeruzalem een man rondloopt die aan een woord genoeg heeft om mensen te genezen. Omdat de keizer die wonderdoener graag wil ontmoeten, stuurt hij iemand om hem te halen. Pilatus durft niet te vertellen dat hij Jezus heeft laten terechtstellen. De keizer komt dat toch te weten, en ontbiedt Pilatus naar Rome. Die trekt onder zijn kleren het opperkleed van Jezus aan, met als resultaat dat de keizer niet boos op Pilatus kan worden als die bij hem staat. Als dit bedrog na enige tijd aan het licht komt, wordt hem het kleed uitgetrokken, zodat de keizer eindelijk zijn toorn kan botvieren. Pilatus wacht dit niet af, maar beneemt zichzelf met een mes het leven. Zijn lijk wordt, met een steen aan de hals, in de Tiber gegooid.

Het werkje heeft een duidelijke moraal: 'Wie kwalijk leeft, die kwalijk sterft'. Voor alle medemensen moet dit een aansporing zijn om zelf deugdzaam te leven, 'want den loon des arbeyts valt suet [zoet] int eynde'.

Bibliografische referenties

Der IX quaesten. Warachtige historien. Als van Jerobean, Achab, Joram, ioden. Caym, Nero, Pylatus, heiden. Judas scharioth, Machamet, Julianus ap[o]stata, kerstenen, die alle een onsalich eynde hadden. Een Vlaams volksboek, naar de Antwerpse druk van Jan van Doesborch uit 1528. Bezorgd en ingeleid door prof.dr. W.L. Braekman, Brussel, 1980.

Wim van Anrooij, Helden van weleer. De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700). Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.

Heeft betrekking op:

Genesis 4:1-16, 1 Koningen 12:25-33, 1 Koningen 17:29-34, 2 Koningen 3:1-27, Matteüs 26:14-16, Matteüs 27:11-26, Marcus 14:10-11, Marcus 15:1-15, Lucas 22:47-48, Lucas 23:1-25, Johannes 18:2-3, Johannes 18:28-19:16