Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

De Vorstermanbijbel van 1528

Willem Vorsterman was een van de grootste drukkers in Antwerpen. Zijn drukkerij in de Cammerstraat heette 'In den ghulden Eenhoren', en dit fabeldier is dan ook op de titelpagina van al zijn uitgaven afgedrukt. Vorsterman was geen nieuweling op het gebied van bijbelvertalingen. Zo gaf hij in 1523 een nieuwe druk van de middeleeuwse vertaling van Johan ScutkenJohan Scutkens Nieuwe Testament van 1399 uit.

Vorstermans concurrent Jacob van LiesveltDe Liesveltbijbel van 1526 was in 1526 met een reformatorische bijbel op de markt gekomen, die vele drukken beleefde. Vorsterman bezon zich op een passende tegenzet, maar het was voor hem weinig zinvol zich ook te richten op de groep die overduidelijk voor de Hervorming had gekozen. Hij zag een gat in de markt bij rooms-katholieken die graag een eigen bijbel in de landstaal wilden bezitten. Verder was er een groot aantal geheime aanhangers van de Hervorming voor wie het bezit van de Liesveltbijbel - waarop de doodstraf stond - te riskant was. Vorsterman bedacht voor hen een bijbel naar reformatorische snit met het stempel van rooms-katholieke rechtzinnigheid. Ze konden dan zonder gevaar te lopen toch over een eigen bijbel beschikken. In 1528 kwam Vorsterman met zijn foliobijbel, groter en mooier uitgevoerd dan de Liesvelt van 1526. Hij richtte zich duidelijk op een min of meer welgesteld publiek.

Hoe gaf Vorsterman zijn bijbel een rooms-katholiek uiterlijk? De fraaie titelpagina opent meteen met “Tgeheele Oude en Nieuwe Testament met grooter naersticheit naden Latijnschen text gecorrigeert”. Dus een vertaling herzien naar de officiële rooms-katholieke Vulgaat. Verder bevat het titelblad het wapen van kardinaal Ximenez met zijn kardinaalshoed. De uitgave begint met een afdruk van het octrooi voor drie jaar dat de Antwerpse wethouders hadden verleend. Dat was opmerkelijk, want het was toen in Antwerpen eigenlijk verboden een bijbel in het Nederlands te drukken. Verder staat er afgedrukt dat "gheleerde ende ghetrouwe oversetters ende interpretatuers, inder Hebreuscher, Griecscher ende Latijnscher talen gheleert ende expert zijnde" de tekst hebben vergeleken met rechtzinnige rooms-katholieke uitgaven. Een sterk argument voor de rechtzinnigheid van de bijbel was de toestemming van de inquisiteur Niclaes Coppijn te Leuven. Verder werden het Oude en Nieuwe Testament ingeleid met uitvoerige prologen die tot doel hadden de bijbel als onverdacht rooms-katholiek te presenteren. Hierin werd onomwonden kritiek op ketterse uitgaven uitgeoefend.

De proloogschrijvers roepen het publiek op de bijbel te kopen en te lezen, want ze kunnen nu over het levende Woord beschikken in even zuiver Nederlands als de kerk het heeft in het Latijn. Ook de mooie illustraties dienden om kopers te lokken. Bekwame tekenaars als Jan Swart en Lucas van Leyden leverden hun bijdragen. Dank zij hun bijdrage is het een van de fraaiste bijbeluitgaven uit het begin van de 16de eeuw geworden. Ze hebben de bijbelse houtsnijkunst nieuw leven ingeblazen.

Jan Swart van Groningen
De droom van Jakob

Hoe stond het met de inhoud van de Vorstermanbijbel? Was die net zo orthodox als de titelpagina en de prologen de lezer wilden doen geloven? Bij het Oude Testament hebben de vertalers geprobeerd een orthodoxe tekst te leveren met behulp van de Vulgaat en ook wel het Hebreeuws, maar de basis van hun vertaling werd gevormd door de Liesveltbijbel van 1526, inclusief de kanttekeningen uit die vertaling. Het Nieuwe Testament was vrijwel integraal overgenomen uit de vertaling van Christoffel van Ruremund uit 1526 die - net als de Liesvelt - ook op Luthers vertaling was gebaseerd.

Vorsterman had dus twee ijzers in het vuur. Hervormingsgezinden hoorden bekende klanken. Rechtzinnige rooms-katholieken konden geen aanstoot nemen aan een vertaling waaraan de inquisiteur Coppijn zijn zegel had gehecht. De bijbel was vooral bestemd voor de gegoede burgers die wel de bijbel wilden lezen, maar niet als ketters wilden worden beschouwd. Er was een grote groep van zoekers en weifelaars, die voorlopig zich nog niet wilden bekennen tot de Hervorming en de verschijning van deze bijbel met blijdschap begroetten. Vorsterman hoorde ook tot de groep die in het geheim de zaak van de Hervorming was toegedaan. In de periode 1529-1531 drukte hij het ketterse Deense Nieuwe Testament, dat in het geheim naar Denemarken werd verscheept.

De Vorstermanbijbel is dus zowel door de Protestanten als door de Roomsen gelezen. Een groot aantal drukken geeft blijk van de goede neus van Vorsterman voor wat er leefde onder zijn publiek. De kerkelijke overheid heeft de Vorstermanbijbel in eerste instantie wel getolereerd, maar nooit officieel erkend. Een jaar of tien later werd de vertaling echter als reformatorisch ontmaskerd. Daarom zijn in 1546 alle bijbeluitgaven van Vorsterman op de rooms-katholieke 'index', de lijst van verboden boeken, terecht gekomen.

Bibliografische referenties

C. Augustijn, 'De Vorstermanbijbel van 1528', in: Navolging. Opstellen voor C.C. de Bruin. Leiden, 1975.

C.C. de Bruin, De Statenbijbel en zijn voorgangers. Nederlandse bijbelvertalingen vanaf de Reformatie tot 1637. Haarlem, 1993 (2e dr.),

Heeft betrekking op:

Hooglied 4:1-7