Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Diaspora

Letterlijk: verstrooiing.

In eerste instantie de gebruikelijke aanduiding voor de Joden die buiten het land Palestina over heel de wereld verspreid wonen sinds de ballingschap onder de Babylonische koning Nebukadnessar. Van hem staat geschreven: 'En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangenen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands.' (2 Kon. 24:14, Statenvertaling 1637)

Behalve de Joodse diaspora kent de bijbel ook een Griekse diasporaGriekse diaspora. Ook wordt het begrip in de bijbel wel figuurlijk gebruikt; zie de annotatie bij 1 Petr. 1:1Vreemdelingen.

"Anti-semitisme is, grof geschetst, te herleiden tot twee dingen: (1. …), 2. Jaloezie over het aantoonbare feit dat veel joden in de diaspora, temidden van andersgezinden, in goeden doen raakten." (De Volkskrant, 6-11-1999)

"Vroeger had dokter Bornstein ook zwart haar, voordat het grijs werd en voordat hij kaal was geworden. Hij begon aan een verhaal over de judeo-christelijke traditie. Na de diaspora en eeuwenlang rondzwerven over de wereld was dit de meest natuurlijke woonplaats voor ons. Wij hoorden hier, in West-Europa." (Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen, Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2009, p. 199)

[Figuurlijk gebruikt, hier met betrekking tot voorwerpen uit inboedelveilingen:] "Samen vormen ze kortstondig toch nog bij elkaar gehouden nalatenschappen. Kleine enclaves van voorbije levens. Ooit liefdevol bij elkaar gespaarde collecties, thans nog eventjes behoed voor de diaspora der dingen dankzij een toevallig in Antwerpen langsgekomen bewaarengel." (Tom Lanoye, Sprakeloos, Amsterdam: Prometheus, 2009, p. 123)

Heeft betrekking op:

2 Koningen 24:14, Jakobus 1:1, Johannes 7:35, 1 Petrus 1:1