Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Doeschka Meijsing - De tweede man

Achter elke grote geest gaat iemand schuil die hem inspireert. Met dit gegeven als rode draad schreef Doeschka Meijsing De tweede man. De roman verscheen in 2000 en werd ontvangen als een poging tot het schrijven van een epos. In navolging van Harry Mulisch met zijn Ontdekking van de hemel Harry Mulisch - De ontdekking van de hemel zou Meijsing hebben geprobeerd een dergelijk omvangrijk en complex verhaal neer te zetten. Of ze daarin geslaagd is - daarover verschillen de meningen. De een noemt de roman rijk en inventief, de ander vindt de thema’s in het boek af en toe zo zwaar dat het boek niet meer te dragen valt.

Hoofdpersoon in De tweede man is Robert, leraar klassieke talen, die een rustig en teruggetrokken leven leidt in Amsterdam. Als hij hoort dat zijn broer Alexander op sterven ligt komt er abrupt een einde aan zijn veilige leventje. Hij vertrekt halsoverkop naar Cyprus, maar komt alleen op tijd om te horen dat hij plotseling multimiljonair is geworden: zijn broer is overleden en heeft hem al zijn bezit nagelaten.

Terwijl hij zich settelt in de villa van Alexander, gaat Robert op zoek naar de identiteit van zijn broer. Intussen probeert hij de betekenis van de erfenis die hij heeft ontvangen te achterhalen: niet alleen geld liet zijn broer hem na, maar ook een kostbare steen, die een brief van Alexander de Grote blijkt te bevatten. Samen met zijn vriend Isaac, een joodse archeoloog, ontrafelt hij langzaam het mysterie achter deze grote historische figuur en zijn relatie met de Griek Hefaistion. Robert wil zijn ontdekkingen publiceren in een boek, maar terwijl hij worstelt met de discipline om zo’n boek te schrijven, gaat Isaac er met zijn thema vandoor, al stelt hij in zijn boek een andere man centraal.

Isaac vertelt het verhaal van JacobusJakobus (de broer van Jezus), de broer van Jezus van Nazaret. Jacobus is een gelovige Jood, die nooit zal beweren dat zijn broer meer is dan een profeet. Jezus de zoon van God? Blasfemie in de ogen van Jacobus. Dat Jezus uit een maagd geboren zou zijn, komt niet in hem op. Maar als Jezus dood is, klinken er nieuwe geluiden. PaulusPaulus, die zijn carrière begint als vervolger van christenen, wordt plotseling een fanatiek aanhanger van de theorie dat Jezus de zoon van God is. En dat het verbond tussen God en het Joodse volk wordt uitgebreid: niet alleen Joden, maar ook andere volken mogen erbij horen.
Het hoogtepunt in Isaacs boek is het conflict tussen beide mannen over de besnijdenis (vgl. Hand. 15; zie Apostelconcilie). Paulus modelleert Jezus naar zijn eigen ideeën. Hij stelt dat alleen geloof in Jezus Christus voldoende is om Gods liefde te winnen; de besnijdenis als teken van het verbond is overbodig geworden. Jacobus kan dit standpunt niet verdragen. Hij wil als eerlijke, rechtvaardige man de leer van zijn broer Jezus niet verloren laten gaan - zijn broer preekte werk en wet:

Jacobus hield voet bij stuk: als de Enige en Ware God had gewild dat de Tora en de leer van Christus aan de niet-joden werden geopenbaard, dan zou Hij hebben gewild dat alle niet-joden het oude verbond met Abraham zouden respecteren en zich lieten besnijden. (p. 373)

Paulus komt als overwinnaar uit de strijd; Jacobus wordt gestenigd op de muur van de tempel, symbool voor het verbond dat hij wilde verdedigen.

Als Robert het boek van zijn vriend/verrader leest, realiseert hij zich dat het Isaac gelukt is om de geschiedenis als grote vervalser te ontmaskeren. Hij heeft een eeuwenoud geheim blootgelegd in een ingenieus meesterwerk. Zoals Hefaistion dat was voor Alexander de Grote en Jacobus voor Jezus, zo is Robert schaduwman geweest voor zijn profiterende vriend Isaac. Isaac had precies Roberts energie nodig om zelf op gang te komen, en Robert blijft met lege handen achter:

Een vis op het droge was ik, een machteloos spartelende verliezer. Mijn bewondering voor Isaac maakte de verachting voor mezelf alleen maar groter. (p. 376)

Zo wordt het verhaal van Robert gevoegd bij de eeuwenoude verhalen van geprezen en vergeten figuren. Niet in staat om zijn lot te keren, door niemand bemind en door niemand gemist – altijd de tweede man.

Bibliografische referenties

Doeschka Meijsing, De tweede man. Amsterdam: Querido, 2000.

Heeft betrekking op:

Handelingen 15:13, Jakobus 1:1