Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Drieluik met de aanbidding van het gouden kalf

Lucas van Leyden
Drieluik met de aanbidding van het gouden kalf

Een wirwar van kleurige figuren - dat is het eerste wat opvalt aan dit drieluik. Toch is Lucas van Leyden, een zestiende-eeuwse schilder en graveur, hier heel doordacht te werk gegaan. In een imposant landschap heeft hij de mensen en kinderen in groepjes bij elkaar geplaatst, zodat er een evenwichtige compositie is ontstaan.

Op de voorgrond is een uitbundig eet- en drinkfestijn geschilderd. Opvallend zijn de exotische kleren en de beweeglijkheid van de feestgangers. Druk gebarend zijn ze met elkaar in gesprek. Wat verder naar achter dansen de mensen rondom het gouden afgodsbeeld, begeleid door een groepje muzikanten. Zij zijn door de schilder wat minder gedetailleerd uitgewerkt dan hun lotgenoten op de voorgrond. Nog schetsmatiger zijn de twee figuurtjes, links boven het heidense beeld. Een daarvan is Mozes, die op het punt staat de stenen platen, met daarop de tien geboden, stuk te gooien, uit woede over de afgoderij van het volk (Exodus 32:19). Op de rots daarboven is Mozes nog een keer te zien. Hij is in gesprek met God, die is afgebeeld als een donkere wolk (Exodus 24:15-18). Lucas van Leyden heeft dus een aantal episodes, die volgens de bijbeltekst na elkaar plaatsvonden, in één schilderij bij elkaar gebracht. Dat was in zijn tijd niet ongebruikelijk.

Ongeveer zeventig jaar nadat Lucas van Leyden zijn drieluik maakte, beschreef de kunsttheoreticus Karel van Mander het als volgt: ‘In dit bancketteren, siet men seer levendich uytgebeeldt des volcx dertel wesen, en den oncuyschen lust, ten ooghen uyt hem openbarende’ (‘In dit feestvieren ziet men een heel realistische verbeelding van de losbandige aard van het volk en de lage lust die het uit de ogen straalt’).

Het waren dus vooral de scènes op de voorgrond die de aandacht trokken – en nog steeds trekken. Over de volle breedte van de drie luiken wordt de losbandigheid van de Israëlieten in beeld gebracht. De drank vloeit rijkelijk, en de effecten blijven niet uit: broeierige blikken en blosjes op wangen. Op het rechterluik is een mooi voorbeeld van de genoemde ‘oncuyschen lust’ te vinden. Daar kijkt een man ons achterdochtig aan, over de schouder van de vrouw die hij aan het kussen is.

Het is opmerkelijk dat Lucas van Leyden de feestvierende menigte zo prominent op een drieluik heeft afgebeeld. Liederlijke voorstellingen als deze waren immers niet geschikt voor een kerk of kapel. Waarschijnlijk was het triptiek bestemd voor privé-gebruik. De relatief kleine afmetingen en de summiere beschildering van de buitenkant van de luiken wijzen daarop. De taferelen van bandeloosheid en afgoderij zouden de eigenaars van het kunstwerk moeten laten zien wat er gebeurt als je het geloof loslaat. Je kunt je maar beter aan de tien geboden houden, lijkt het schilderij te willen zeggen. Wellicht zagen degenen die dit drieluik in huis hadden er ook nog een verwijzing naar de zondeval in: op het middenpaneel biedt een vrouw met kind een man een appel aan. Twee figuurtjes rechtsboven op hetzelfde paneel doen bovendien denken aan de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs.

Jan Swart van Groningen
Eva geeft Adam de appel. Op de achtergrond de verdrijving uit het paradijs.

Zie ook

  • Toon terzijde De dans om het gouden kalf
  • Toon Rode draad De tien geboden

Heeft betrekking op:

Exodus 32:6