Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Muziek

Drs. P - Johannes de Doper

Het lied 'Johannes de Doper' van drs. P. (pseudoniem van drs. Heinz Hermann Polzer, 1919) bezingt op cabareteske wijze de tragische gebeurtenis uit Matteüs 14:1-12 en Marcus 6:14-29. De liedschrijver volgt soms zeer nauwgezet het bijbelse verhaal, hij weet zelfs in het lied te verwerken dat Salomé niet de echte dochter is van Herodes, zoals het ook staat in Marcus 6:22. Maar bij andere details laat hij duidelijk zijn fantasie de vrije loop en laat hij zich meer leiden door rijmwoorden op 'as' dan door het bijbelse verhaal, bijvoorbeeld wanneer het hoofd van Johannes - die overigens zelf in het hele lied niet wordt genoemd - wordt gepresenteerd:

Wat een sensatie toen het binnen werd gedragen
met een garnering van olijven, sla en schijfjes ananas
een takje peterselie en een snufje sassafras,
de mensen spreken er nog altijd schande van.

Ook andere zaken worden terloops door de schrijver aangestipt: dat Herodes de koning van Judea was in een roerige tijd (maar dat hijzelf deel uitmaakte van de Romeinse overheersing wordt gemakshalve vergeten) en dat er Farizeeën en Sadduceeën actief waren. Dat de dochter Salomé genoemd wordt, is een buitenbijbels gegeven.

Johannes de Doper

De tijd is aangebroken om een woord te wijden
aan de geschonden reputatie van Herodes Antipas
die een hele tijd geleden koning van Judea was
een bloeiend rijkje aan de Middellandse Zee.
U moet bedenken dat hij ernstig had te lijden
van de Romeinse overheersing en zijn vrouw Herodias,
Farizeeën, Sadduceeën, hoge bloeddruk, ischias
en de ideeën van zijn dochter Salomé.
"'t Is toch kras-kras-kras" zei Herodes Antipas
dat idee-dee-dee van mijn dochter Salomé
is weer heel-heel-heel-helemaal niet rationeel."
Van je één, twee, drie!

En die ideeën leidden vaak tot handelingen
de ene keer was zij vermomd als de markies van Karabas
even later zat ze weer met pacifisten in het gras
het was een duidelijk geval van puberteit.
Haar moeder ergerde zich zeer aan deze dingen:
"daar moet een eind aan komen" zei ze tot Herodes Antipas
"moet je nou weer zien die jas, ze loopt er bij als een pias
en dat komt allemaal door jouw toegeeflijkheid".
"Antipas-pas-pas" sprak zijn vrouw Herodias,
"heus ze moet-moet-moet beter worden opgevoed
want dat kind-kind-kind doet maar wat ze lollig vindt."
Van je één, twee, drie!

"Kan ik het helpen?" zei de zwaarbeproefde vader,
"ze is nu eenmaal artistiek en niet de beste van de klas
en ze kan zich ook gedragen als een echte wildebras,
maar waar het goed voor blijken kan, dat weet je nooit"
"ik heb geen zin" aldus verklaarde hij zich nader
"een predikatie aan te heffen over elke wissewas
en il faut zoals de Fransen zeggen que je ne sais pas
hoe wil je anders dat zo'n meisje zich ontplooit?"
En hij las-las-las een regeringspaperas
en hij ging-ging-ging naar een spoedvergadering
en hij dacht-dacht-dacht niet meer aan z'n nageslacht.
Van je één, twee, drie!

Ze kon hem spoedig die ontplooiing laten blijken.
Op zijn verjaardag danste Salomé met zwoele tangopas
en in meer en meer ontklede toestand rond op het terras
het was het klapstuk van het drukbezochte feest.
De gasten wisten niet meer hoe ze moesten kijken
terwijl haar moeder was vertrokken met een pijnlijke grimas
maar haar vader Antipas, die niet haar echte vader was
verklaarde dat het zeer opwindend was geweest.
En alras-ras-ras riep hij om de huishoudkas
en hij zag-zag-zag dat er niet veel geld in lag
dus hij zei-zei-zei: "haal de staatskas er maar bij!"
Van je één, twee, drie!

Toen mocht de danseres een mooi cadeautje vragen
en om het goed te maken consulteerde zij Herodias
deze zei "vraag om een hoofd, zoiets komt altijd wel van pas
ik weet nog iemand die er eentje missen kan".
Wat een sensatie toen het binnen werd gedragen
met een garnering van olijven, sla en schijfjes ananas
een takje peterselie en een snufje sassafras,
de mensen spreken er nog altijd schande van.
Nou, dat was-was-was dan Herodes Antipas
sterk verguisd -guisd -guisd maar vooral erin geluisd
met dat hoofd-hoofd-hoofd, want beloofd is toch beloofd.
Van je één, twee, drie!

Heeft betrekking op:

Matteüs 14:1-12, Marcus 6:14-29