Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Ed Leeflang - Hoor Prediker

De dichter Ed Leeflang is lange tijd docent Nederlands geweest en daar gaat het ook over in dit gedicht dat bol staat van de verwijzingen naar Prediker.

Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
gaat onze zon op en de dood
veegt in zijn zeeën straks
weer achteloos hun woordenschatten.
Medische muizen zijn al ongelijk.
Hele families snappen niet, andere raden
hoe de verborgen kaas het snelste wordt bereikt.
Ze zijn naar huis.
En ook vandaag heb ik getornd aan fatum
en ben ik opgestaan, zoals het hoort,
tegen gemakzucht van de erfelijkheid.

In de eerste en de laatste strofe komt duidelijk naar voren dat de leraar (of zoals hij zichzelf noemt in de eerste regel: de prediker) 's ochtends liever in bed had willen blijven liggen. Geen zin om aan het werk te gaan: het is toch allemaal zinloos. Of je de leerlingen nu wel of niet wat bij weet te brengen, 'Over de dommen en gevatten / gaat onze zon op. Net als de Prediker zegt in zijn boek Prediker 2:14-16: De wijze heeft ogen in zijn hoofd, maar de dwaas wandelt in de duisternis; maar ik bemerkte ook, dat een lot hen allen treft, En ik zeide bij mijzelf: Wat de dwaas wedervaart, wedervaart ook mij: waartoe ben ik dan zo uitermate wijs geweest? Toen sprak ik bij mijzelf, dat ook dit ijdelheid is. Want er is nimmer enige heugenis van de wijze, zomin als van de dwaas, omdat in de komende dagen alles reeds lang vergeten is, en ach, hoe sterft de wijze evenzeer als de dwaas!

De leraar gaat toch naar zijn werk, hij wil de leerlingen toch iets bijbrengen, hoe verschillend ze ook zijn. Daarover schrijft hij in de tweede strofe: Geen mens, geen leerling is hetzelfde. Zelfs medische muizen zijn niet allemaal gelijk (terwijl die toch kunstmatig 'gemaakt' worden). En als hij doorgaat in dat beeld: de een snapt er niets van, de ander raadt slechts naar waar de kaas gevonden kan worden. De ene leerling doet maar wat en haalt de hoogste cijfers, de ander zal er nooit wat van begrijpen en de 'kaas', de kennis, nooit vinden.

Maar nu zijn ze naar huis en de leraar concludeert hetzelfde als de Prediker: het is toch maar het beste om niet toe te geven aan die gevoelens van ijdelheid en fatum. Als je dat namelijk doet, gebeurt er helemaal niets meer. Beter is het 'zoals het hoort' je werk te doen. Of zoals Prediker dat zegt in 3:22: Zo heb ik ingezien, dat er niets beters is dan dat de mens zich verheugt in zijn werken, want dat is zijn deel: wie zal hem ertoe brengen zich te verlustigen in wat na hem zijn zal? Of in 5:11: Zoet is de slaap van hem die werkt, of hij weinig of veel eet; maar de verzadiging van de rijke laat hem in het geheel niet slapen.

Heeft betrekking op:

Prediker 2:14-16