Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Erasmus - De kersten weduwe

In 1607 verscheen de Nederlandse vertaling van Desiderius Erasmus’ werk De vidua christiana (1529) onder de titel De kersten weduwe.

In dit instructieboekje voor de christelijke weduwe presenteert Erasmus de weduwe Judit als een voorbeeldfiguur voor haar latere lotgenoten. Hij legt vooral de nadruk op Judits deugden, haar sobere levenswijze en teruggetrokken bestaan. Over de moord op Holofernes en de bevrijding van Betulia vertelt hij daarentegen haast niets. Blijkbaar veronderstelt hij deze feiten als bekend.

Siet, wat al stofs om te schrijven ons ghegheven heeft dese Historie van Judith, waer wy nochtans maer een cleyn deel aengeroert hebben. Soot yemant gheleghen is alle de verborghentheden van dese Historie opt nauste te ondersoecken, twelck hier te langhe vallen soude: voorwaer, hy sal bevinden datter geen duecht en is daer Judith haer niet heerlijck, ons ten exemple, innen ghequeten heeft: tzij of wy op de cuysheyt, godvruchticheyt, wijsheyt, thy of wy op het betrouwen op God, op de vromicheyt, op de bequamheyt, op de standtvasticheyt sien willen.

(Zie hoeveel aanleiding deze geschiedenis van Judit ons gegeven heeft om te schrijven, hoewel wij toch maar een klein gedeelte behandeld hebben. Als iemand behoefte voelt om alle geheimen van deze geschiedenis aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen – wat hier te lang zou duren –, voorwaar, hij zal concluderen dat er geen deugd is waarin Judit niet, ons ten voorbeeld, is uitgeblonken: het maakt niet uit of we daarbij letten op de kuisheid, godsvrucht, wijsheid, of op godsvertrouwen, vroomheid, bekwaamheid of de standvastigheid.)

Bibliografische referenties

Yvonne Bleyerveld, Hoe bedriechlijck dat die vrouwen zijn. Vrouwenlisten in de beeldende kunst in de Nederlanden circa 1350-1650. Leiden, 2000, p. 285.

Heeft betrekking op:

Judit 8:1-8