Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

F. Schmidt-Degener - De poort van Ishtar

In 1937 schrijft Frederik Schmidt-Degener het lyrische toneelstuk De poort van Ishtar. Het werk wordt, in vergelijking met de andere Judit-bewerkingen, gezien als een van de meest interessante en meest literaire toneelbewerkingen.

De belangrijkste reden voor deze constatering is het feit dat de schrijver niet alleen het bijbelse verhaal navertelt, maar er een andere thematiek doorheen vlecht. De Judith in het verhaal is weliswaar een krachtige en godsvruchtige vrouw, maar toch is haar uiteindelijke daad, het onthoofden van Holofernes, niet haar eigen wil. Ze wordt er in het stuk toe gedwongen door de godin Ishtar. Het lijkt erop alsof de schrijver hiermee wil suggereren dat het menselijk handelen niet altijd uit de mens zelf voortkomt, maar eerder het gevolg is van mysterieuze en onnaspeurbare krachten die buiten het vermogen van de mens zelf liggen. De schrijver vertelt dus niet het bijbelse verhaal na, maar gebruikt het eigenlijk om zijn eigen ideeën in een dramatische structuur te gieten.

Dit valt het beste duidelijk te maken met een kort citaat. Judith zegt in het eerste bedrijf dat zij zichzelf ziet als een afgezant van God. Ze voelt zich gezegend. Het nuchtere commentaar van de schrijver daarop is:

Gebenedijd, is dat het woord?
Het houdt ook smart in.

Hij zegt hiermee: Je kunt wel zeggen dat je gezegend bent, maar dat wil niet zeggen dat je alleen maar voorspoed mee zult maken, 'het houdt ook smart in'. Oftewel, een mens heeft niet alles in de hand.

In het stuk laat Schmidt-Degener Holofernes eerst alle helpers, maar ook verraders, van Judith ombrengen om vervolgens zelfs een intieme relatie met haar te krijgen. Die gaat zo ver dat hij haar en haar God alles wel wil schenken (een geschenk dat veel weg heeft van andere bijbelse geschenken door koningen, zoals Ahasveros bij Ester (Ester 5:3) en Herodes bij Salomé (Matt. 14:7, Marcus 6:23):

Ik geef u de Eufraat
Ik geef u Mardoek, de God, en Esagil [Mardoeks tempel] erbij
Ik geef u... de hangende tuinen.

Judith lijkt hiervoor te zwichten, totdat Ishtar ingrijpt en Judith duidelijk maakt dat Holofernes haar alleen maar wil gebruiken. Hij heeft haar nu namelijk in zijn macht en daarmee ook haar God; het is Holofernes die geschenken geeft en zich daarmee boven haar God stelt. Als ze dit inziet, grijpt ze het zwaard en doodt Holofernes. Maar als ze hem heeft gedood, weet ze niet of zij het zelf is geweest die dit gedaan heeft, of een kracht buiten haar:

Tussen licht en duister, van wie de daad?

En daarmee zijn we weer aanbeland bij de intentie van de schrijver. Hij laat het verhaal grotendeels intact, maar is erin geslaagd daar doorheen een veel groter verhaal te vertellen.

Bibliografische referenties

Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse letterkunde, Gent: KANTL, 1972.

De dbnl over F. Schmidt-Degener

Heeft betrekking op:

Judit 13:8