Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Farizeeën en Sadduceeën

Niemand vindt het leuk voor ‘Farizeeër’ uitgemaakt te worden. Die naam is gelijk komen te staan met hypocrisie en schijnheiligheid. Dat is een gevolg van de bijzonder negatieve portrettering van deze Joodse religieuze stroming in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus, die zelf ooit Farizeeër is geweest, noemt dat deel van zijn verleden zelfs ‘vuilnis’ (Fil. 3:8). In de evangeliën komen ze er niet veel beter van af. Daarin worden de Farizeeën in de eerste plaats opgevoerd als kanonnenvoer voor Jezus’ onderricht en kritiek.

De beweging van de Farizeeën wordt door Flavius Josephus een van de drie belangrijkste stromingen in de Joodse religie van zijn tijd genoemd (samen met die van de Sadduceeën en de Essenen). Zij probeerden niet alleen zeer nauwgezet en consciëntieus de wet van Mozes te betrachten, maar onderhielden ook een levendige traditie van voorschriften die niet direct op de bijbel gebaseerd waren. Ze hadden een bijzondere interesse voor reinheidsvoorschriften, ze geloofden in een hiernamaals, een laatste oordeel en een dichtbevolkte spirituele wereld van engelen en demonen Demonen. De Farizeeën waren een religieuze organisatie van ‘leken’, dat wil zeggen: zij behoorden niet tot de priester-aristocratie.

Over de Sadduceeën is nog minder bekend. In het Nieuwe Testament komen we nauwelijks iets inhoudelijks over hen tegen, afgezien van de opmerking in Marcus dat ze niet in ‘een opstanding na de dood geloven’ (Mar. 12:18). Dat vermeldt ook de Joodse historicus Flavius Josephus. Volgens hem hielden de Sadduceeën het bij de wet van Mozes alleen, geloofden zij niet in het leven na de dood en verwierpen zij het idee van een onzichtbare wereld van geesten en engelen. De apostel Paulus gebruikt aan het einde van het boek Handelingen de verschillen van mening tussen de Farizeeën en de Sadduceeën heel handig om het Sanhedrin onderling te verdelen (Hand. 22:30-23:11). Leden van deze religieuze groep waren vooral in de aristocratische kringen te vinden.

Heeft betrekking op:

Marcus 12:18, Johannes 3:1, Johannes 7:32, Johannes 9:13, Johannes 12:42, Lucas 11:37-54, Lucas 20:27, Handelingen 22:30-23:11, Filippenzen 3:5