Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Feestmaal van stadsfunctionarissen

Antonius Claeissens
Feestmaal van stadsfunctionarissen

Uitgedost in bonte kleding zijn stadsfunctionarissen van de stad Brugge hier afgebeeld tijdens een feestmaal. De flamboyante uitdossing was niet de dagelijkse kledij, maar werd de functionarissen door de schilder Claeissens ‘aangemeten’. Wat meteen opvalt is het verschil in stijl en grootte tussen de hoofden en de lichamen van de figuren.

Claeissens heeft het groepsportret zo geschilderd als ware het het feestmaal van de bijbelse koning Ahasveros. Onder andere door de ‘Romeinse’ en ‘Oosterse’ kleding was het de contemporaine toeschouwer duidelijk dat het hier niet om een normaal feestmaal ging. Rechtsboven zit een groep vrouwen aan een tafel, die net als in het bijbelse verhaal gescheiden van de mannen eten. Maar de duidelijkste verwijzing naar Ahasveros staat op de originele lijst die om het schilderij zit. NEC ERAT QVI NOLENTES COGERET AD BIBEMVM luidt de tekst die de bovenkant van de lijst siert. Deze Latijnse zin is het motto van Ahasveros' feestmaal: 'En bij het drinken gold de regel: geen beperkingen' (Ester 1:8).

De uitbeelding van Brugse stadsfunctionarissen in de context van dit bijbelse verhaal moest waarschijnlijk de rijkdom van Brugge en haar bestuur weergeven. In het boek Ester wordt het volgende geschreven over het feestmaal: 'Ahasveros die regeerde over een rijk dat zich uitstrekte van India tot Nubië en dat honderdzevenentwintig provincies telde … richtte ... een feestmaal aan voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen … Vele dagen spreidde hij de rijkdom en luister van zijn koningschap tentoon en de pracht en praal van zijn majesteit – honderdtachtig dagen lang.' (Ester 1:1-4). De beschrijvingen van het grootse feest gaan nog verder en het is begrijpelijk dat bestuurders van een belangrijke stad als Brugge zich hieraan wilden spiegelen. Door hun feestmaal te presenteren als het feestmaal van Ahasveros gaven ze aan dat ze, net als de bijbelse koning, over enorme macht en rijkdom beschikten. Al was dit misschien meer ijdele hoop of grootspraak, want de zestiende eeuw werd voor Brugge vooral gekenmerkt door een verslechterende economie en dalende politieke invloed.

Of het werk nog een andere betekenis heeft is onduidelijk. Bij twee van de portretten is een naam geschreven, maar waarom juist deze twee personen door de schilder zijn benoemd, is niet bekend. Geopperd is dat de namen te maken hebben met een maaltijd die traditioneel georganiseerd wordt door nieuwelingen in het bestuur, maar beide personen met naam zaten al langer in het bestuur. Ook is er geen wetswijziging geweest rond de tijd dat het schilderij gemaakt werd. Een reden voor het schilderen van dit stuk zou kunnen zijn dat het werk betrekking heeft op de overgang van het bestuur van de Nederlanden van Alva naar Requesens. In dat geval zou de figuur met grijze baard achterin een vertegenwoordiger van de Spaanse kroon kunnen voorstellen. Verschillende personen lijken de vertegenwoordiger te groeten of aan hem een eed af te leggen. In dat geval zou de vergelijking met Ahasveros in dit schilderij een eerbetoon zijn aan landvoogd Requesens en via hem aan de machtige Spaanse koning.

Claeissens heeft op een vergelijkbare manier stadfunctionarissen afgebeeld op een ander schilderij dat Het oordeel van Cambyses voorstelt. Dit thema, eerder ook al voor de stad Brugge geschilderd door Gerard David, is in tegenstelling tot het feestmaal meer moraliserend van aard.

Zie ook

  • Gerard David
    Het oordeel van Cambyses
  • Toon terzijde Het oordeel van Cambyses

Bibliografische referenties

Eva Tahon, Brugge en de Renaissance. Van Memling tot Pourbus, tent. cat. [2]. Brugge/Gent, 1998, p. 154.

Heeft betrekking op:

Ester 1:3-9, Ester Grieks 1:3-9, Nehemia 5:17-18