Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Felix Timmermans - Het kindeken Jezus in Vlaanderen

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans (1886-1947) schreef in 1917 een curieus boekje onder de titel Het kindeken Jezus in Vlaanderen. Ter toelichting schreef Timmermans vooraf: 'In de kader en de landschappen van ons schoon en goed Vlaanderen, heb ik mij het Goddelijke verhaal van het Kindeken Jezus, zijne zoete moeder en zijn goeden voedstervader verbeeld, en met wat letterkunde in groot genoegen omsierd.'

Timmermans geeft in zijn boek een vrije en anachronistische behandeling van het kerstverhaal alsof het plaatsgevonden had in het Vlaanderen van de afgelopen eeuwen. Het verhaal begint in de lente.

"Maria stapte langs de Nethedijk, dragende in een toegeknoopten handdoek, wat kleederen, een paar boterhammen en een sneedje gebakken spek. Want zij had de vrucht haars lichaams in haar voelen opspringen, en dit blijde nieuws wilde zij gaan melden aan hare nicht Elizabeth, alsook aan haren bruidegom Jozef, den timmerman." (11/12)
"Zoo kwam Maria op de Grobbendonksche heuvelen en de sparrebosschen, waar er konijntjes naar haar kwamen zien. En toen zij de ruischende bosschen vol opbeurende terpentijnreuk was doorgestapt, zag zij ginder het dorp liggen, met zijn hupsch kerktorentje, waaruit het luidde voor den noen. Een blonde wegeling huppelde van de heuvelen naar het witgekaleide huisje van den koster Zachaar, die met hare nicht Elizabeth gehuwd was. Maria zag hare nicht in den bloeienden boogaard waschgoed te drogen hangen; en om zich te verhaasten bij Elizabeth te zijn, ging Maria langs achter, waar een scheef lattenpoortje in de doornenhaag was gemaakt. Het was alsof nicht Elizabeth haar gewaar wierd, want zij liet het waschgoed vallen en zag met den hand boven de oogen naar Maria toe. Een blijde kreet ontsnapte haar keel en zij liep haar jonger nichtje tegemoet." (14/15)

De geboorte kondigt zich aan in de winter. Door sneeuw en winterweer worstelen Maria en Jozef zich naar Bethlehem, waar ze na veel omzwervingen eindelijk een plekje in een stal toegewezen krijgen. Daar wordt Jezus geboren.

"Zachtkens werd er op de deur geklopt. Jozef zag verbaasd en vragend Maria aan, die seffens opstond en hare armen over het kind uitstrekte om het te beschermen. Zonder iets te zeggen, met een kloppend hart, zette Jozef voorzichtig de deur op een spleetje, en ontwaarde ruse goede herderskoppen, gemantelde vrouwen en nieuwsgierige kinderen. Een met roodomrande oogskens vroeg: 'Is 't hier dat er een kindeken geboren is? Een engel des hemels heeft ons gezegd het te zoeken.' 'Ja,' zei Jozef met fierheid in de stem, ''t is hier, maar 't slaapt,' en hij zette zijn wijsvinger aan den mond; en seffens ging het waarschuwend van mensch tot mensch: 'sst, sst, het slaapt!' Jozef deed de deur wagewijd open en wees hun naar de plaats waar in zacht lantarenlicht, een bleek langharig meisje aandachtig-bezorgd over een kindeken gebogen was." (86)

Timmermans - onder meer bekend van zijn novelle Boerenpsalm Felix Timmermans - Boerenpsalm - plaatst zich met dit boek (en met de volgens hetzelfde procédé vervaardigde Driekoningentriptiek uit 1923) in een oude, in de Middeleeuwen gewortelde traditie om klassieke en bijbelse taferelen los van de oorspronkelijke tijd en plaats weer te geven. Pieter Brueghel de Oudere schilderde al scènes uit het Kerstverhaal, alsof ze in de middeleeuwse Nederlanden hadden plaatsgevonden, inclusief sneeuw en ijspret. Ook de schilder Gustave van de Woestijne en de schrijver Gerard WalschapGerard Walschap - Bejegening van Christus - beiden Vlamingen - werken in de negentiende en twintigste eeuw nog volgens dit procedé. Het resultaat is een eigenaardige mix van authentiek-bijbelse en contemporain-Vlaamse elementen, die hoe dan ook indruk maakt.

Pieter Bruegel de Oudere
De volkstelling te Betlehem
Gustave van de Woestijne
De kleine Annunciatie

Bibliografische referenties

Felix Timmermans, Het kindeken Jezus in Vlaanderen Amsterdam: P.N.van Kampen & Zoon, 1917.

Heeft betrekking op:

Matteüs 1:18-2:23, Lucas 1:26-2:39