Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Frank Westerman - Ararat

Het boek Ararat (2007) van Frank Westerman leest als een roman, hoewel het feitelijk tot de non-fictie behoort: Westerman beschrijft zijn langdurige voorbereidingen en daadwerkelijke beklimming van de ruim 5165 meter hoge berg Ararat op de grens van Turkije, Armeniƫ en Iran. De directe aanleiding voor zijn beklimming is dat daar eertijds volgens Genesis 8:4 de ark van Noach gestrand is, als slotakkoord van de zondvloed.

Westerman verweeft in Ararat een aantal thematisch verwante verhaallijnen. Zo opent het boek met de jeugdherinnering hoe hij als 11-jarige, spelend in het Oostenrijkse riviertje de Ill, ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt als plotseling de sluizen van een nabijgelegen stuwmeer worden opengezet. Verderop in het boek krijgt hij op zijn verzoek van zijn moeder zijn doopbewijs toegestuurd.

Mijn eerste indruk was: dit was een curiosum uit een tijd waar ik nog net het staartje van had meegemaakt. Ik kende niemand van mijn generatie die zijn kinderen nog liet dopen. Toch wilde ik niet dat mijn doopbewijs in het huis van mijn ouders lag opgeborgen. Het liefst had mijn moeder het zelf bewaard, zij was ervan overtuigd dat mijn doop mij vroeg of laat zou redden, als het niet in dit leven was, dan toch in het volgende. Ze had het getuigschrift niettemin commentaarloos toegestuurd, samen met de liturgie van de eredienst van die zondag. [...] Het bestond dus allemaal nog. Maar ik voelde Zijn naam niet meer op mijn voorhoofd drukken. Toch betrapte ik me erop dat ik me schrap moest zetten toen ik Jesaja 43:1-2 erop nasloeg.
Ik heb u bij uw naam geroepen. Gij zijt Mijn. Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen.
Die kwam aan. Mijn hersenen moesten me ervoor behoeden om niet acuut in de Voorzienigheid te gaan geloven. Dat de Ill mij niet had weggespoeld, had toch echt alleen met toeval te maken. Mijn verstand kon me geruststellen dat Jesaja 43:1-2 een veelgebruikte dooptekst was. En dat niet alle kinderen die onder dit Bijbelcitaat ten doop waren gehouden, uit een rivier waren gered. (241-242)

In zijn reisverslag stelt Westerman vragen aan de orde die verschillende levensterreinen bestrijken. Naast de ontworsteling aan het geloof van zijn jeugd komen onder meer de opvoeding van zijn driejarige dochter, de historiciteit van de bijbel, de zeespiegelstijging en de ontwikkelingsgeschiedenis van de aardwetenschappen (met onder meer een gespreksverslag met prof. dr. Salomon Kroonenberg over het manuscript van diens recente boek De menselijke maat) aan de orde. Zo is Ararat een veelzijdig, gelaagd en geslaagd verhaal geworden met de daadwerkelijke beklimming als grande finale:

[Ik] dwong mezelf de vraag onder ogen te zien wat ik verder nog op de Ararat kwam doen. Waarom zette ik er zo mijn zinnen op de top te halen? Wat wilde ik bewijzen? Steunend op een onderarm, met de lamp op mijn hoofd, drong het tot me door dat het idee waarmee ik was vertrokken niet klopte. Ik was geen ongelovige die in zijn veertigste levensjaar een heilige berg beklom om na te gaan of er niet toch iets waars of waardevols in het geloof van zijn jeugd stak. Het lag anders: het bedwingen van de Ararat was een proef die ik was aangegaan om erachter te komen of ik me van die erfenis kon losmaken. En of ik dat wel wilde. Ik was geneigd te geloven in kennis en wetenschap - die zaken bestonden echt. Achter het voorhangsel van de tabernakel zat niets en bij de sneeuwgrens van de Ararat stonden geen engelen met lichtende zwaarden. Met mijn gang naar de top zou ik me ervan vergewissen dat ik, als het erop aankwam, op de ratio vertrouwde; ik zou niet struikelen over een stuk arkhout. (263)

Bibliografische referenties

Frank Westerman, Ararat. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2007.

Heeft betrekking op:

Genesis 8:1-5, Jesaja 43:1-2