Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Frans Kellendonk - Letter en geest

Frans Kellendonk heeft in zijn kleine, complexe roman Letter en geest (1982) talloze verwijzingen naar en toespelingen op de bijbel verwerkt. Kellendonk citeert weliswaar herkenbaar, maar doet dat nogal eens ironisch en parodiƫrend. Letter en geest is wel getypeerd als 'een soort remake van het verhaal over het verlossingswerk van Christus'. De titel van de roman haakt aan bij woorden uit 2 Kor. 3, maar lijkt de oorspronkelijke betekenis ervan om te keren.

Een bijna 30-jarige man, Felix Mandaat, krijgt nadat hij jaren lang als nietsnut heeft geleefd - hij werkte vanuit zijn bed als 'makelaar in evenementen' - de opdracht 'mens onder de mensen' te worden. Hij krijgt een tijdelijke baan bij de (Leidse) universiteitsbibliotheek. Op zijn eerste werkdag wordt hij rondgeleid door het gebouw; uiteindelijk komt hij met zijn gids in de 'Kapel van de Gefaliede Bagijnen', een gigantisch boekenmagazijn.

'Wanneer het magazijnpersoneel vergadert kom ik hier wel eens stiekem preken, over ijdelheid en jagen naar wind, over boeken schrijven zonder eind - wat trouwens erg en vogue is, heden ten dage - en veel studeren dat het vlees vermoeit. Mijn struikelblok is namelijk de theologie geweest. Bent u gelovig, meneer Mandaat?' (...)
'Ik wil u niet in verlegenheid brengen, hoor. Ik wil u slechts voorbereiden op een andere vraag. Wie of wat garandeert ons dat wat hier staat, in deze duizenden stellingen, geen volstrekt onbegrijpelijke nonsens is? "God" kunt u zeggen; dan is het woord inderdaad vlees geworden en moeten we zo af en toe wel eens waarheid spreken. Maar bij Zijn ontstentenis? Hoe weten we zo zeker dat we iets begrijpen wanneer we lezen? Er is geen groter eenzaamheid dan die van de taal. Hebt u daar ooit over nagedacht?' (p. 189)

Mandaat, 'hier gekomen om dienstbaar en solidair te zijn, om in liefde opnieuw geboren te worden' (194), kan zijn opdracht niet vervullen. Hij ziet spoken in de Kapel, maar is zelf eigenlijk de grootste hersenschim. Zijn mens-wording loopt dood en hij verdwijnt in de eenzaamheid van de taal waaruit hij geschapen was.

En het uitspansel kromp ineen als een boekrol die wordt opgerold. De lezer klapt het boek dicht dat urenlang zijn lichaam is geweest en blaast zijn laatste adem uit. Zijn ziel is verhuisd naar een lichaam dat van hem alleen is. Alles wat hij nu gewaarwordt, wordt hij alleen gewaar. (p. 255)

Aan het eind van het verhaal is Mandaat 'ontledigd' tot leesteken: hij is de punt die achter de laatste zin ontbreekt.

Bibliografische referenties

Frans Kellendonk, 'Letter en geest. Een spookverhaal' in: De romans. Amsterdam: Athenaeum - Polak&Van Gennep, 2006, p. 177-258.

Paul van Tongeren, 'Ironie en verlangen. Over geloof, gemeenschap en geschiedenis in het werk van Frans Kellendonk' in: Charlotte de Cloet, Tilly Hermans en Aad Meinderts, 'Oprecht veinzen.' Over Frans Kellendonk. Amsterdam / Den Haag: Meulenhoff / Letterkundig Museum, 1998, p. 55-65. [De hele bundel (Schrijversprentenboek 43) is ook te vinden in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

2 Korintiƫrs 3:5-6, Openbaring 6:14, Prediker 1:14, Prediker 12:12, Johannes 1:14