Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Gastvrijheid

Gastvrijheid is in Genesis meer dan een kwestie van fatsoen. Het is een heilige plicht reizigers een maaltijd te bereiden en bescherming te bieden in een (mogelijk vijandige) vreemde omgeving (Lev. 19:33, 34). In de verhalen over de aartsvaders wordt duidelijk hoe veel waarde er gehecht wordt aan gastvrijheid. Als Abraham in Genesis 18 drie mysterieuze vreemdelingen ziet, aarzelt hij geen moment. Hij biedt hun water aan en de koelte van de schaduw en geeft zijn vrouw en zijn knecht de opdracht een feestmaal te bereiden.

In het verhaal over Sodom en Gomorra wordt het andere aspect van gastvrijheid duidelijk; bescherming tegen gevaar. Lot, die zelf als vreemdeling in Sodom woont, biedt twee vreemdelingen (die volgens Gen. 19:1 engelen zijn) onderdak aan voor de nacht. Net als bij Abraham een hoofdstuk daarvoor volgt er een maaltijd. Maar 's avonds komt de mannelijke bevolking van Sodom naar het huis van Lot en eist dat de twee vreemdelingen aan hen uitgeleverd worden, omdat ze 'hen willen nemen'.

Uit Lots reactie blijkt hoe groot de verplichtingen zijn die aan het ontvangen van gasten verbonden werden. Het waarborgen van de veiligheid van de twee vreemdelingen, dat Lot hun als gastheer verschuldigd is, weegt zelfs zwaarder dan de eer van zijn twee dochters. Lot doet de mannen van Sodom het voorstel in plaats van de vreemdelingen zijn twee dochters naar buiten te brengen (zie ook Recht. 19).

In alle culturen in het oude Midden-Oosten wordt bijzonder veel waarde gehecht aan gastvrijheid, en ook in het Nieuwe Testament wordt er diverse malen aan gerefereerd (Mat. 25:38; zie ook Luc. 9:52-56 en 10:10-12 voor een duidelijke verwijzing naar Sodom en Gomorra).

Heeft betrekking op:

Genesis 19:2