Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Gêne, gênant

Volgens het WNT en het Etymologisch Woordenboek is het Nederlandse leenwoord gêne (en het bijbehorende bijvoeglijke naamwoord gênant) ontleend aan het Franse woord voor 'verlegenheid' (en in een oudere taallaag voor 'kwelling' of 'marteling'). Dat Franse woord gêne was in de Renaissance gevormd uit het middeleeuwse gehenne, waarin twee woorden waren samengevallen. Het eerste woord was het Oudfranse gehine (kwelling, marteling); het andere woord was gehenne, afkomstig uit het christelijk Latijn gehenna (hel, kwelling), dat via het nieuwtestamentisch Grieks géenna ontleend is aan het Hebreeuws voor 'dal van Hinnom'. Het dal van Hinnom is de plaats waar o.a. in 2 Koningen kinderoffers worden gebracht; Jeremia noemt dit dal daarom Moorddal (19:5-6). In de evangeliën (bijv. Matt. 5:22, 30 en 31) en in de brief van Jakobus (3:6) wordt de hel aangeduid met het woord Gehenna.

Zie ook

  • Toon terzijde Kinderoffers en Moloch
  • Toon terzijde Onderwereld

Heeft betrekking op:

Jakobus 3:6, 2 Koningen 23:10, Jeremia 7:32, Jeremia 19:6, Matteüs 5:22