Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Gerard Walschap - Bejegening van Christus

Gerard Walschap (1898-1989) geeft in zijn roman Bejegening van Christus een vrijzinnige interpretatie van twee belangrijke episoden uit het leven van Christus. Het eerste gedeelte speelt zich af rond het begin van de jaartelling op de boerderij van ene Asveer, in wiens stal zich de geboorte van Christus voltrekt. Deze Asveer is door het leven verbitterd geraakt, en beveelt zijn knechten - onder wie de herders - om de Heilige Familie uit zijn stal te jagen.

'Ik wil dat huwelijk uit mijn stal hebben. Vóór de middag moet het er uit zijn.' Hij duidde twee mannen aan die zijn wil moesten uitvoeren.
De stem van Zachaar, de reus, sloeg op uit de groep en luidde oproer: 'Niemand zal een hand naar hen uitsteken. Dat zeg ik!' Asveer werd bloedrood. 'Grijpt mij die muiter en werpt hem in de kelder met water en brood.' (...)
De groep knechten huilde woest op en Zeger sprong vooruit op Asveer toe, met zijn lange poenjaar in de lucht. Maar de oude Pankraas hing opeens aan zijn polsen.
'Schaamt u allemaal, schaamt u,' riep hij. 'Zijt gij het die gisterennacht de engelen van God gezien hebt? Zijt gij het die hun lied hebt gehoord: vrede op de wereld aan de mensen van goede wil? Foei dat ik oude zondaar u dat zeggen moet, wat hebt gij dan liggen bidden bij de kribbe?' (35/36)

De van oorsprong katholieke Walschap raakt - onder meer door de negatieve reacties van gelovigen en geestelijken op sommige van zijn boeken - in de periode rond de Tweede Wereldoorlog meer en meer vervreemd van de Rooms-Katholieke kerk. Bejegening van Christus uit 1940, dat zich als veel van zijn andere boeken kenmerkt door een directe en hoekige stijl, kan gezien worden als een ideeënroman die handelt over zijn geloofscrisis.

Het tweede gedeelte van de roman speelt dertig jaar na het eerste en wordt verteld vanuit het perspectief van de farizeeër Nicodemus. Hij is in Jeruzalem oog- en oorgetuige van Jezus' optreden als messias. Nicodemus raakt meer en meer geïnteresseerd in diens leer, en heeft uiteindelijk het gesprek dat beschreven wordt in Johannes 3:1-21. Ook heeft hij indringende gesprekken met Asveer, die inmiddels van Bethlehem naar Jeruzalem verhuisd is.

Nicodemus is een aartstwijfelaar, die voortdurend op zoek is naar de waarheid, maar die uiteindelijk vatten noch bevatten kan. Dat blijkt ook uit de laatste woorden van deze bijzondere roman. Nicodemus is onder de indruk geraakt van Jezus' leer, maar ziet in diens lijden en sterven het bewijs dat Jezus toch niet de beloofde messias is.

'Hij heeft gezegd tot zijn rechters,' fluisterde opeens Johannes, 'dat hij zal terugkomen op de jongste dag, gezeten aan de rechterhand van de goddelijke macht en komende op de wolken des hemels.' Bij deze woorden zagen zij Nicodemus wankelen en zij, eenvoudigen, moesten hem ondersteunen, terwijl hij kreunde: 'Twijfelen tot de jongste dag.' (140)

De godzoeker Nicodemus zal dus levenslang moeten blijven zoeken. Walschap zelf zei over deze roman - die hij voor de elite bedoelde: "‘Bejegening van Christus’ is geschreven met de bedoeling een onderwerp dat binnen honderd jaar nog moet leesbaar zijn, een eeuwig probleem, te behandelen in een taal die na honderd jaar nog leesbaar is."

Bibliografische referenties

Gerard Walschap, Bejegening van Christus 2e dr., Brugge/Utrecht: Desclée De Brouwer, 1967 (1e dr. 1940).

Willem M. Roggeman, 'Gerard Walschap' In: Beroepsgeheim 2 (1977), p. 137-156.

Heeft betrekking op:

Johannes 3:1-21, Lucas 2:7