Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Gerrit Krol - De Hagemeijertjes

Wie het nieuwe boek van Gerrit Krol, De Hagemeijertjes, gaat lezen, moet eigenlijk eerst even de bijbel ter hand nemen. Het verwijst namelijk in het begin naar de eerste hoofdstukken van het boek Jozua: de geschiedenis van het beleg en de val van Jericho. Dat suggereert even iets diepzinnigs, een dubbele bodem of een godsdienstig stramien, maar bij Krol valt dat, zoals te verwachten was, wel mee.

Zo begint Jacques Kruithof in 1991 zijn recensie van de nieuwe Krol. Krol vertelt er het verhaal van het oude Groningse havenstadje Grootzijl, dat door megalomane bestuurders, stadsvernieuwers en projectontwikkelaars wordt opgeblazen: vernieuwing=vernieling.

'Bouwen is ruimte maken. Wie niet afbreken kan, wie niet vernietigen kan, moet geen stad willen bouwen. Ons vak is vernietigen.'
'Je moet het wel iets positiever brengen hè.'

Grootzijl groeit zo snel en wordt zo gruwelijk gemoderniseerd (zie de brochure 'Grootzijl vandaag/Grootzijl today'), dat het zijn ziel en karakter verliest en ten onder gaat.

'Sommige steden hebben het eeuwige leven. Rome, Athene... Ach, eigenlijk alle grote steden wel, vind je niet?'
'Dat dacht je, er zijn heel wat grote steden aan hun eind gekomen. Ashdod, Ninevé, Troje. Jericho eigenlijk... Iemand laat zijn mensen op een horen blazen en de muren storten ineen. Ik zou wel eens willen weten wat daar toen écht gebeurd is.'
'De mensen zijn gewoon vertrokken. Als de mensen wegtrekken is het gebeurd met een stad.'
'Wanneer zullen de mensen uit Grootzijl wegtrekken, denk je?'
'Nooit.'

In deze passage op p. 61 wordt voor het eerst gezinspeeld op de geschiedenis van Jericho, waarnaar het motto van de roman ('Jozua 2:1-6:27') verwijst. Jaap Goedegebuure wijst in zijn bespreking van de roman op een tweede parallel:

Het echte zwaartepunt in Grootzijl is - hoe kan het ook anders bij Krol - een vrouw. Net als de bijbelse Rachab is deze Willeke een 'stadspoes' die haar lichaam veil heeft voor iedereen die zijn mannelijkheid aan haar wil bewijzen. Zij is de vlag die richting geeft aan de aanvallen op Grootzijl. Vooral de gisse en gewiekste jongens uit de Randstad weet ze in haar ban te slaan. (...) Wanneer het havenstadje in een onherkenbare betonwoestijn is veranderd waar geen steen op de andere is gebleven, en alle vernieuwers het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld, staat Willeke nog in volle bloei. Haar huwelijk met Frank Hagemeijer (die van wethouder is opgeklommen tot burgemeester) heeft alle stormen van echtbreuk doorstaan en floreert beter naarmate er meer kleine Hagemeijertjes komen. Want projecten verwelken en steden vergaan, maar de almacht der vrouw blijft bestaan. En Krol verkondigt haar heerlijkheid, hoekiger en humoristischer, en met veel ambivalenter gevoelens tegenover de zegeningen van de moderne tijd dan ooit tevoren.

Bibliografische referenties

Gerrit Krol, De Hagemeijertjes. Amsterdam: Querido, 1990.

Jacques Kruithof, 'Liefde in de provincie: De Hagemeijertjes - de ironie van Gerrit Krol die nooit verveelt' in: Vrij Nederland, 9 febr. 1991

Jaap Goedegebuure, 'De almacht der vrouw' in: HP/De Tijd, 4 jan. 1991

Jaap Goedegebuure, 'Hoer en heilige' in: De Schrift herschreven. De bijbel in de moderne literatuur. Amsterdam: AUP, 1993, p. 104-124 (m.n. 123-124)

Heeft betrekking op:

Jozua 6:25