Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Godfried Bomans - De adder in het gras

Er was eens een kruidenier, die op 'n avond ontdekte dat hij de anti-Christ was.
Hij krabde de naam Jansen van de deur en spijkerde er een bordje op met het woord 'anti-Christ'.
'Ziezo,' sprak hij, en wachtte kalm af wat er gebeuren zou.

Op deze laconieke toon begint Godfried Bomans het sprookje 'De adder in het gras'. Voor orthodoxe lezers kan het schokkend zijn dat de antichristDe antichrist, een van de grootste schrikbeelden uit het Nieuwe Testament, in zo'n alledaagse context wordt geplaatst.
Ook de koster in Bomans' verhaal is geschokt, en hij gaat onmiddellijk de pastoor halen.

'We zullen 'm,' prevelde de herder, 'dat zal 'm niet glad zitten. Heb je 'm gezien, Simon?'
'Neen,' antwoordde de koster, 'gezien heb ik 'm niet, maar 't stond op z'n deur.'
'Wat een onbeschaamdheid,' mompelde de pastoor, 'aha, ik zie 't al. De anti-Christ, zwart op wit. 't Is in het huis van die arme Jansen. De Heer zij met hem.'
'Amen,' antwoordde de misdienaar.
'Nou, ga maar voor, Simon.'
Doch de koster haalde de spreuk boven de kerkdeur aan en antwoordde:
'Het lam volgt de herder.' [Joh. 10:4]
'Komaan, wij zullen samen gaan, Simon,' hernam de pastoor, 'want er staat geschreven: Tracht niet alleen de Boze te weerstaan,' en hij pakte de koster onder de arm en trad de winkel binnen. [Vgl. Matt. 5:39: 'Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan ...']

Binnen treffen ze de kruidenier aan, levend en wel. Op de vraag van de pastoor 'Welaan Jansen, waar is ie?' komt uiteindelijk het hoge woord eruit:

'Hier,' sprak de kruidenier, op zijn vest slaande, 'ik ben de anti-Christ.'
'Maar Jansen,' riep de pastoor, 'hoe heb ik het nu? Jij, lid van het zangkoor, collectant, kerkmeester, je bent m'n beste parochiaan.'
'Ik ben de anti-Christ,' hernam de kruidenier, 'ik was uw beste parochiaan.'
'Maar Jansen, dat kun je niet menen. Zeg dat je het niet meent.'
'Ik meen het,' antwoordde de kruidenier ernstig.
'Maar je bent zo ongeveer de enige die het niet kan zijn!'
'Daarom ben ik het juist,' antwoordde de kruidenier, 'want er staat geschreven: hij zal komen in de meest misleidende gedaante.'
'Mijn God,' riep de pastoor, 'hij heeft gelijk! Hij is het!'
(...)

Waarna Bomans zijn verhaal afrondt met deze 'leerzame les: Wacht u voor collectanten, kruideniers, kerkmeesters, en leden van het zangkoor. Want onder hen schuilt hij, die geboren zal worden met haar op de tanden.'

Zie ook

  • Toon terzijde Godfried Bomans - De twaalfde koning

Bibliografische referenties

Godfried Bomans, 'De adder in het gras' in: Groot Sprookjesboek. Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1976 (2e dr.), p. 22-23.

Heeft betrekking op:

1 Johannes 2:18-26, 1 Johannes 4:1-5, 2 Tessalonicenzen 2:2-10, MatteĆ¼s 5:39, Johannes 10:4