Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Griekse diaspora

Met de uit het Grieks afkomstige term diaspora wordt de ‘verstrooiing’ van de Joden en/of de Joodse religie over de wereld bedoeld. Deze verstrooiing begon met de Babylonische ballingschap. Na de inname van Jeruzalem in 586 v. Chr. werd een deel van het Joodse volk door de Babyloniërs gedeporteerd, terwijl een deel bleef wonen in Judea. Joden in ballingschap Vanaf dat moment leefden er in verschillende delen van de wereld afzonderlijke gemeenschappen van mensen die aangeduid werden als ‘Joden’ of ‘Judeeërs’.

In de volgende eeuwen verspreidden de Joden zich naar alle delen van de wereld. In de vijfde eeuw v. C. bevond zich al een Joodse kolonie op het eiland Elefantine in Egypte. Gedurende het hellenisme was de Egyptische stad Alexandrië het intellectuele centrum van de wereld, en dat gold ook voor de Joden. De SeptuagintSeptuagint is daar bijvoorbeeld ontstaan, de vertaling van de Hebreeuwse bijbel in het Grieks – de taal van de Joden in de diaspora. Alexandrië was ook de thuisbasis van de beroemde Joodse filosoof Philo (20 v. C. - 50 n. C.). Philo vermeldt overigens dat er in zijn tijd een miljoen Joden in Alexandrië woonden.

In nieuwtestamentische tijden bevonden zich niet alleen Joodse gemeenschappen in de wereldsteden Alexandrië, Antiochië en Rome. In bijna elke grote stad in Mesopotamië, Klein-Azië, Griekenland, Noord-Afrika en Spanje was wel een Joodse bevolkingsgroep te vinden. Het middelpunt van het sociale leven van deze gemeenschappen was de synagogeSynagoge. Dat wordt mooi duidelijk in het boek Handelingen: tijdens de zendingsreizen van Paulus in de Griekse wereld kiest hij steevast de plaatselijke synagoge als uitvalsbasis (Hand. 13:14; 14:1; 18:4; 19:8).

Toch bleef Jeruzalem het symbolische centrum van de Joden in de diaspora. Met Pesach kwamen er vele pelgrims uit alle delen van de wereld naar Jeruzalem om hun religieuze plichten te vervullen. Handelingen 2 geeft een mooi beeld van de vele landen waaruit de pelgrims afkomstig zijn.

De term diaspora is al heel oud: het evangelie volgens Johannes noemt het leven van Joden in de (heidense) Griekse wereld de ‘Griekse diaspora’ (Joh. 7:35). Tegenwoordig wordt het woord ook gebruikt voor de verspreiding van andere volken in den vreemde; zo horen we soms over ‘de Afrikaanse diaspora’ of over de ‘Armeense diaspora’.

Heeft betrekking op:

Johannes 7:35, Handelingen 2:5, Handelingen 13:14, Jakobus 1:1, Openbaring 1:4, 1 Petrus 1:1