Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Harry Mulisch - De ontdekking van de hemel

De omvangrijke roman De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch is zonder kennis van de bijbel eigenlijk niet goed te begrijpen. Tal van bijbelse motieven hebben een plaats gekregen in deze rijke compositie. Het bijbelse oergegeven van de mens die als God wil zijn (Gen. 3:5) is ook in deze roman het begin van alle ellende. Hier tracht de mens met behulp van wetenschap en techniek het mysterie van hemel en aarde te ontrafelen. Daarmee reikt hij ver boven zijn macht; de gevolgen zijn schrikbarend, met als gruwelijk dieptepunt de holocaust. De vooruitgang die de mensheid uit alle macht probeert te verwezenlijken, blijkt te leiden tot moreel verval en uiteindelijk tot de ondergang van de wereld. God trekt zijn handen af van zijn schepping; hij geeft opdracht het testimonium - 'de twee stenen tafelen van Mozes, met de tien geboden er op' (p. 756; Ex. 24:12, 31:18) - naar de hemel terug te halen.

Voor deze taak wordt Quinten Quist uitverkoren, een bijzondere, engelachtige jongen die pas in het derde deel van de roman ter wereld komt. In zijn naam zit een toespeling op de eerste vijf bijbelboeken, de Pentateuch; twee kwinten verwijzen naar de twee stenen tafelen met de tien geboden. Quinten is joods via zijn moeder en heeft trekken meegekregen van bijbelse figuren als Mozes, Henoch, Elia, Johannes de Doper en Jezus, die volgens Mulisch messiaanse archetypen zijn. Quinten groeit op in Drenthe op kasteel Groot Rechteren, waar hij wordt ingewijd in de vragen en geheimen van het leven. Quasi-terloops wordt hij voorbereid op zijn taak. Als vijfjarig jongetje in gesprek met een beeldhouwer (p. 498):

'Wie is Michelangelo?'
'Net zo iemand als ik, maar dan anders. Die heeft dat daar gemaakt,' zei hij en wees naar een foto, die met een punaise tegen een houten stutbalk was geprikt: het beeld van een man met een woest gezicht, een lange baard en twee horentjes op zijn hoofdMozes smijt de tien geboden aan stukken.
'Is dat de duivel?'
'Hoe kom je daar nu bij?'
'Nou, door die horentjes natuurlijk.'
'Ja, die begrijp ik ook niet. Maar het is in elk geval Mozes. Iemand uit de bijbel.'
'Wat is de bijbel?'

Als twaalfjarige jongen is Quinten zondermeer hoogbegaafd. Allen die hem horen, zijn verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden. Zo ontwerpt hij het idee van de 'historische astronomie', waarbij men met een historioscoop het verleden kan zien. De reacties van zijn vader en zijn oom (p. 560): 'We richten op de Ster van Bethlehem en we zoomen in op de Olijfberg. Vaart daar iemand ten hemel? Nee dus. Neemt iemand op de berg Horeb de tien geboden in ontvangst? Helaas. (...)' 'Alle onzin en bedrog zouden aan het licht komen, bevrijd zou de mensheid eindelijk in het bezit zijn van de volle waarheid!'

Ook de thematiek van Openbaring speelt een rol in deze 'totaalroman'. Net als in dat bijbelboek wordt de lezer op de hoogte gesteld van wat er zich achter de schermen van de werkelijkheid, op hemels niveau, afspeelt: in de proloog, intermezzo’s en de epiloog bespreken twee engelen de wil van God ('de Chef'). De wisselwerking tussen de aardse handeling en het hemelse commentaar erop is bijzonder suggestief.

De verwijzing naar Openbaring zit soms in kleinigheden. Hoeveel lezers zullen bij het volgende fragment uit het engelengesprek in de proloog (p. 10) denken aan Openbaring 4:8?

- Mag ik vragen of je mij dit allemaal vertelt om mij iets te leren?
- Heilig, heilig, nog eens heilig! Ik spreek omdat ik nog steeds sprakeloos ben bij de gedachte aan ons Licht.

Veel wezenlijker zijn het gegoochel met getallen, het optreden van grootse kosmische verschijnselen, het eindtijd-denken (met een bijzondere interpretatie van 'gewone' historische gebeurtenissen) en het messianisme. Het voert te ver om al deze aspecten in dit verband uit te werken; we beperken ons daarom hier tot het laatste. De sleutelrol die Quinten is toebedacht is vergelijkbaar met die van de zoon die in Op. 12 ter wereld komt: in beide gevallen zien we een 'mensenzoon' met een soort messiaanse taak. Quinten heeft in zijn dromen - Somnium Quinti - visioenen van een nieuwe stad, die hij telkens weer probeert te beschrijven. Na vele omzwervingen landt hij, in het laatste bedrijf, met de Tien Geboden in Jeruzalem - een omkering van het neerdalende Jeruzalem uit Openbaring 21:10. In de slotscène nadert een wit paard uit het noorden (p. 888 - vgl. Op. 6:2 en 19:11). Gezeten op dit paard rijdt Quinten door de Gouden Poort, waar hij ten slotte opgaat in de letters van de Wet van Mozes: hij is zelf Woord van God geworden (vgl. Op. 19:11-16) en heeft daarmee zijn missie volbracht.

Bibliografische referenties

Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel. Amsterdam: De Bezige Bij, 1992.

Frans C. de Rover, Harry Mulisch ontdekt. Over Harry Mulisch en De ontdekking van de hemel. Amsterdam: De Bezige Bij, 1995.

Peter Henk Steenhuis, Alles is altijd uit de bijbel. Schriftuurlijke verwijzingen in 'De ontdekking van de hemel'. Amsterdam: De Bezige Bij, 1995.

Heeft betrekking op:

Openbaring 12:5, Exodus 24:12, Openbaring 19:11-16