Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Heimen Dullaert - Verraderlyke kus

Heimen Dullaert (1636-1684) was niet alleen schrijver, hij is als schilder een tijdje in de leer geweest bij Rembrandt; er zijn nog enkele schilderijen van hem bekend. Hij was afkomstig uit een welgestelde familie, was gedurende twee jaar hoofd van het Lucasgilde in Rotterdam en vervulde diverse stedelijke en kerkelijke ambten. In 1658 debuteerde hij met zijn, overwegend religieuze, dichtwerk. Onderstaand gedicht is afkomstig uit Dullaerts 'Christussonnetten', een reeks gedichten waarin op dramatische wijze de lijdensgeschiedenis van Jezus beschreven wordt.

Met veel nadrukkelijke herhalingen en uitroepen klinkt in dit gedicht de verontwaardiging over het verraad van Judas duidelijk door. Dullaert meet allerlei tegenstellingen breed uit om het paradoxale van deze situatie te laten zien. De volkomen vriendelijkheid van Jezus tegenover de vijandelijke daad van Judas, diens verbitterde gemoed uitgedrukt in een kus, normaliter een teken van liefde. Judas zegt vriendelijk 'Wees gegroet Rabbi', maar heeft een 'zedeloos' hart. In de laatste strofe geeft Dullaert zijn conclusie als les voor de lezer. Als Jezus door Judas gekust wordt, raken hel en hemel elkaar - zelfs fysiek! Dat is iets dat eigenlijk onmogelijk is en 'ons vernuft doet stryken', ons verstand te boven gaat. Volgens Dullaert weer een bewijs van de heiligheid van Jezus, die geduldig alles bleef verdragen.

Verraderlyke kus (1719)
En Judas tot Jesus komende zeide, Wees gegroet Rabbi; en hij kuste hem. Matth. 26.49.

Wat vriendelyker schyn by vyandlyker haat!
Wat bitterder gemoed by zoeter liefdeteken!
Wat zedeloozer hart by zedelyker spreeken!
Wat Christelyker groet by duivelscher verraad!

Wie zach ooit zoo veel stryd in vreedelyker staat?
Wie schandelyker hoon zachtmoediglyker wreken?
Wie schooner hemelzon door vuiler helnacht breken?
Wie zaligender goed by doemelyker quaad?

Aartsvader Abraham het lustte u eens te zeggen,
Dat Helle en Paradys al t' afgezondert leggen,
En nooit verzaligt mensch den jammerpoel genaakt.

Maar dit zyn wonderen die ons vernuft doen stryken,
Dat hier de Hemel zelf den snoodsten afgrond raakt,
Om ons het groot gedult van Jesus te doen blyken.

Heeft betrekking op:

Lucas 22:47-48, Marcus 14:46, Matteüs 26:49