Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Hellema – Joab

In 1984 publiceert Hellema na twee verhalenbundels zijn eerste roman: Joab. Het verhaal speelt in een textielbedrijf, waar het monster van de werkloosheid veel slachtoffers maakt. Ook de ik-figuur, die de naam Hellema draagt en die hoofd van de algemene directie is, valt uiteindelijk ten prooi aan deze 'Witte Dood'. Al in de inleiding op de roman wordt de toon gezet (en dat gebeurt o.a. in bijbelse bewoordingen, zoals veel vaker in deze roman):

De hogepriesters van het bloedoffer zijn de brahmanen van het monetarisme geworden, het geloof dat het geld centraal stelt. Ze leren dat het ruilmiddel een goed op zichzelf is dat waard is om veel van te hebben en ze delen de mensen weer in kasten in naar de mate van hun bezit; en het woord doet weer opgeld dat wie heeft die zal gegeven worden en van wie niet heeft zal genomen worden dat wat hij nog heeft.
Waar de Witte Dood heerst, zijn de paria's niet ver meer. (p. 10; vgl. Luc. 19:26)

Directeur Hellema neemt het op tegen Bokkie Soetrug, die het bedrijf is binnengehaald om het weer gezond te maken. 'In Nederland ritselde het in die jaren van de Bokkie Soetrugs, nietsontziende gluiperds die bedrijven in het verderf stortten en mensen ongelukkig maakten.' (p. 12) Uiteraard ziet Soetrug, die zweert bij de heilzame werking van fusies, dat zelf heel anders. Hij is de 'Reddende Engel', 'de Verlosser die de Wederopstanding van de betreffende onderneming [kan] bewerkstelligen'. Ironische illustratie: er wordt van hem verteld dat hij aan het Meer van Annecy 'zich naar de oever begeeft, de armen spreidt en zegt: "Dan zal ik nu over het water lopen."' (p. 12; vgl. Matt. 14:25)

Hellema heeft er vele jaren trouwe dienst aan de feodale ondernemer Meneer Willem op zitten. 'Meneer Willem. Hoe graag had je de zoom van zijn kleed gekust.' (p. 39; vgl. Marc. 5:28). In het vierde hoofdstuk, 'Joab' getiteld, heeft Hellema voor het eerst in zijn loopbaan een confronterend gesprek met Meneer Willem, nadat Bokkie Soetrug door de achterdeur is vertrokken. Het hoofdstuk wordt voorafgegaan door een korte samenvatting van de geschiedenis van de bijbelse figuur Joab: zijn pleidooi voor Absalom (2 Sam. 14), het doden van Absalom en het terechtwijzen van de treurende David (2 Sam. 18-19) en zijn eigen dood op bevel van Salomo (1 Kon. 2). Hellema verwijt Meneer Willem dat hij maar blijft treuren over het gedwongen vertrek van Soetrug. Ineens begrijpt hij:

Bokkie Soetrug was één van hen geweest. Bokkie Soetrug, de flop, die als manager nog niet in mijn schaduw kon staan, diezelfde Bokkie Soetrug had net aan de andere kant van de streep gestaan, met zijn kasteeltje, zijn paarden en zijn auto met chauffeur. En ik was maar een gewoon soldaat. (...)
[Hellema tegen Meneer Willem:] 'Ik hoop dat u mij goed begrijpt als ik zeg dat ik niet alleen voor mezelf spreek. Want niemand heeft zich bij mij beklaagd - omdat niemand weet hoe ondankbaar u bent. Maar toch spreek ik ook voor al die anderen die u trouw gebleven zijn. (...)
Ik wil niet hoogdravend worden. Ik zal u mijn leerstelligheden besparen, zoals u dat noemt. Maar ik herhaal dat de grens van mijn inschikkelijkheid is bereikt als u mijn zelfrespect aantast.'
Ik gedroeg mij bespottelijk, maar het kon mij niets meer schelen.
'En dat is wat u doet als u rouwt om de man die niets liever dan zijn naam op de gevel van dit gebouw had willen zien. Maar dat was niet alleen míjn eer te na, maar ook van tientallen andere functionarissen. (...) Maar er is nog zo iets als menselijke trouw. God-weet waar het goed voor is, maar het bestaat. En in plaats dat u dankbaar bent dat wij aan uw zijde zijn gebleven in plaats van achter die financiële rattenvanger aan te lopen, blijft u zeuren en zuchten dat u hem mist.' (p. 117-118)

Als Meneer Willem kort na de episode-Soetrug overlijdt, wordt Hellema door de neef van Meneer Willem ontslagen. Davids trouwe opperbevelhebber Joab wordt Davids zoon Salomo vermoord. Zo gaat het in de (zaken)wereld, meldt het slothoofdstuk 'Het daarnamaals':

Directeur Hellema of Schmellema of hoe-d-ie ook geheten mag hebben (laten we hem Ellemans noemen) was de Witte Dood gestorven. (p. 140)

Bibliografische referenties

Hellema, Joab. Amsterdam: Querido, 1986 (2e druk, als Salamander-pocket).

Heeft betrekking op:

2 Samuël 19:1-9, 1 Koningen 2:28-34