Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Het decreet van Cyrus

Een van de belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van het oude Nabije Oosten voltrok zich in 539 v. Chr. In dat jaar namen Perzische troepen onder leiding van hun koning Cyrus II (558-530 v. Chr.) de stad Babylon in. Deze gebeurtenis markeert het begin van de heerschappij van de Perzen in de regio, ten koste van de Babyloniërs (die op hun beurt de Assyriërs van het toneel hadden verdreven). Perzische koningen zouden gedurende de volgende twee eeuwen oppermachtig blijven, tot Alexander de Grote in 330 v. Chr. hun hoofdstad Persepolis innam.

n.v.t
Het Perzische Rijk

De Perzische koning Cyrus wordt zeer positief bejegend in de bijbel. Dat heeft hij te danken aan het decreet dat hij uitvaardigde in 538 v. Chr. Daarin staat dat hij het de Joden die in Babylon in ballingschapJoden in ballingschap verkeerden, toestaat terug te keren naar Juda om daar de tempel te herbouwen (2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1-4). Cyrus kwam volgens het boek Ezra tot dat besluit omdat de HEER hem daartoe ‘aanzette’ (1:1).

Dat Cyrus de oorzaak was van het einde van de ballingschap heeft een aantal merkwaardige consequenties. Aan de ene kant weten de vrome bijbelschrijvers heel goed dat hij een ‘heidense’ koning was: net als iedere rechtgeaarde Perzische koning was hij een volgeling van de god Ahura Mazda, de god van het ook nu nog bestaande zoroastrisme. Maar toch is die heidense koning de bevrijder van de Judeeërs. Daarom wordt Cyrus in het bijbelboek Jesaja ‘herder’ genoemd; hij heeft immers opdracht gegeven ‘om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen’ (Jes. 44:28). Een vers later wordt zelfs het woord ‘messias’ gebruikt met betrekking tot Cyrus (45:1). De profeet benadrukt dat de HEER verantwoordelijk is voor al zijn militaire successen en rijkdom (45:1-7).

Zie ook

  • Toon terzijde Het Perzische rijk
  • Toon terzijde Terugkeer uit de ballingschap

Heeft betrekking op:

Ezra 1:1-4, Jesaja 44:28