Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

Het Delftse Nieuwe Testament van 1524 naar Erasmus

2 Korintiërs 5:1-10

[1] Want wi weten, ist saec dat onse aertsche huys van de tabernakel verderven wert, so hebben wi een timmeragie uut God, een huysinghe niet met handen ghemaect, mer eewich in de hemelen, [2] want daer toe suchten wi, begerende anghedaen te worden met onse huysinghe dye uut den hemel is. [3] Ist saec nochtans dat wi gecleet, niet naect ghevonden sullen worden. [4] Want wi die in dit tabernakel zijn die belast wesende, daer om, dat wi niet en willen ontcleet wesen, mer daer en boven ghecleet worden, op dat dye sterflicheyt verslonden wert vant leven, [5] ende die ons daer toe bereit heeft, dat is god, die welcke ons een pandt arrest penninc des geests ghegeven heeft.
 

In de Middeleeuwen was kennis van de grondtalen van de bijbel een uitzondering. Toen onder invloed van het Humanisme het Grieks en Hebreeuws in de belangstelling kwamen, werd daar vanuit kloosterkringen nogal afwijzend op gereageerd. Er waren simpele kloosterlingen die beweerden 'dat men een nieuwe taal had uitgevonden, die men Grieks noemde en dat wie Hebreeuws leerde, kans had om terstond Jood te worden.' Meer ontwikkelde geestelijken vonden al die uitgaven van de bijbel in de grondtalen maar onnodig en zelfs schadelijk. Ze hadden toch de Latijnse Vulgaat!

Wessel Gansfort was een van de eerste Nederlandse humanisten die de bijbel in de grondtalen gingen lezen. Vertalingen uit de oorspronkelijke talen waren voor velen een grote verrassing. Ze gingen de bijbel met nieuwe ogen lezen. Toen Luther in 1522 het Nieuwe Testament in de volkstaal uitgaf, bleek dat hij dankbaar gebruik gemaakt had van het werk dat het Humanisme op het terrein van de hernieuwde bijbelstudie verricht had.

Een naam die hier met ere moet worden genoemd is die van de Rotterdammer Desiderius Erasmus. Zijn uitgave van het Griekse Nieuwe Testament heeft indirect een grote invloed uitgeoefend op de bijbelvertalingen in verschillende landen. Hij heeft niet zelf de bijbel in de volkstaal vertaald. Hij was daarvan wel een uitgesproken voorstander. Zijn uitgangspunt was: 'Christus is voor allen gestorven en begeert daarom door allen gekend te worden'. In zijn 'Vermaning tot de vrome lezer' die aan het Nieuwe Testament vooraf gaat schrijft hij:

Ik verschil ten sterkste van gevoelen met hen, die niet willen, dat de in de volkstaal vertaalde Heilige Schrift, gelezen wordt. Alsof Christus zulke ingewikkelde zaken had geleerd, dat Hij ternauwernood door een handjevol theologen begrepen kon worden!

Op 1 maart 1516 kwam de vertaling van Erasmus van de persen. Hoe zag de uitgave eruit? De pagina bestond uit twee kolommen, links het oorspronkelijke Grieks, rechts de Latijnse vertaling door Erasmus. Hij droeg het werk op aan Paus Leo X. Toch is een gunstige beoordeling door de geestelijkheid uitgebleven. De afwijking van de Vulgaat beschouwde men als aanranding en heiligschennis. Verschillende redacties van de Latijnse bijbel zouden alleen maar onrust brengen. Ondanks deze tegenstand verschenen vele herdrukken, al of niet verbeterd. De derde druk is later van invloed geweest op de al herziene vertaling van Luther. Ook bij de StatenvertalingDe Statenvertaling van 1637 van 1637 is hiervan gebruik gemaakt.

Op 9 november 1524 verscheen te Delft een vertaling van het Grieks-Latijnse Nieuwe Testament van Erasmus bij Cornelis Henricz. Lettersnijder, 'wonende bij die Vismarckt'. In het voorwoord wordt gesteld dat de Heilige Schrift 'vers, puerlic ende ongemengt, ende oec ongecorrumpeert' door Erasmus aan de dag was gebracht. En dat de vertaling daarvan in het Latijn door veel geleerde mannen om strijd geprezen wordt. Vanuit het Latijn hebben de auteurs deze uitstekende vertaling 'in goeden platten Duytsche' (= in eenvoudig Nederlands) willen overzetten met behulp van het Grieks.

Maar omdat het soms niet mogelijk is uit het Grieks of Latijn te vertalen zonder dat men zijn toevlucht neemt tot verklarende woordjes, zijn er toevoegingen van eigen hand tussen haakjes geplaatst. Een dergelijke werkwijze was in een Nederlandse vertaling helemaal nieuw. Deze methode om de verklarende tussenvoegsels tussen haken te plaatsen, zou later door de Statenvertalers eveneens gevolgd worden.

De Delftse vertalers hebben een werk tot stand gebracht van wetenschappelijke waarde, dat uitmunt door oorspronkelijkheid in de vormgeving. Ze wilden verder begrijpelijk Nederlands schrijven, een opzet waarin ze goed geslaagd zijn. Hun taal is Zuid-Hollands zonder Brabantse invloed. Ze hebben wel veel deelwoordconstructies gebruikt (zeggende, komende); daaruit blijkt dat de vertaling werk is van geleerden. De namen van de vertalers van het Delftse Nieuwe Testament zijn niet bekend.

De vertaling van Erasmus’ Nieuwe Testament heeft geen brede ingang gevonden. Het Delftse Nieuwe Testament lijkt meer voor een geestelijke elite dan voor het volk geschreven te zijn. Daar komt nog bij dat de Luthervertaling zich al een plaats in de harten veroverd had. Het Delftse Nieuwe Testament verscheen in dat opzicht een jaar te laat. Zo kwam het dat te Delft waarschijnlijk nooit een herdruk verschenen is.

Bibliografische referenties

Dat niewe Testament. welc is dat levende woert Goods, uutgesproken doer onsen salichmaker Jesus Christus, dye welcke was God ende mensch, beschreven doer ingeven des heyligen geests, vanden heyligen Apostelen ende Evangelisten, ende is dye wet der gracien, der liefden, ende des barmherticheyts, met groter naersticheyt overgeset ende gheprent in goede platten duytsche ... Dit nieuwe Testament, dwelck (alst Gout alle Metalen te boven gaet) alle boucken te boven gaet. Is gheprent tot Delft, in Hollant, ten huyse van Cornelis Heynrick.z. Lettersnyder, wonende by die Vismarckt.

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft onlangs een van de zeldzame exemplaren van het Delftse Nieuwe Testament aangekocht.

Heeft betrekking op:

2 Korintiërs 5:1-10