Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Het uiterlijk van Petrus en Paulus

Pieter Paul Rubens
De apostel Petrus en Paulus

Net zoals andere heiligen worden ook Petrus en Paulus vaak afgebeeld met attributen waaraan ze te herkennen zijn. Naast een boek of schriftrol die hun functie als brieven schrijvende apostelen benadrukken, maar die niet echt specifiek zijn, wordt Petrus meestal met sleutels in zijn hand afgebeeld. Het betreft de sleutels die hij volgens Matteüs 16:19 van Jezus heeft gekregen om over de poort naar het hemelrijk te waken. Andere mogelijke attributen voor Petrus zijn een haan als verwijzing naar de verloochening (Mat. 26:75, Mar. 14:72, Luc. 22:60, Joh. 18:27) of een vis die refereert aan het verhaal over de tempelbelasting: Petrus vond het benodigde muntstuk in de bek van een vis (Mat. 17:26). Ook kan Petrus vergezeld gaan van een omgekeerd kruis dat naar zijn marteldood verwijst, of hij draagt een tiara – de hoofdbedekking van de paus als symbool voor zijn rol als grondlegger van de kerk. Paulus daarentegen wordt haast altijd een zwaard als attribuut meegegeven: of als verwijzing naar zijn marteldood (hij werd onthoofd), of als aanduiding voor zijn krachtige verdediging van het geloof.

Onbekend
Petrus en Paulus

Maar ook zonder attributen zijn Petrus en Paulus makkelijk te herkennen. Sinds de vroegste voorstellingen worden ze met een markante fysionomie afgebeeld. Petrus heeft altijd een vol, rond gezicht, weliswaar grijs (of blond) maar toch vol haar en een verzorgde, korte baard. Paulus is het tegendeel: een lang, smal bijna mager te noemen gezicht met een lange neus, zwart, sluik haar, meestal lang maar vaak met een al kalend voorhoofd en een lange, ietwat onverzorgd lijkende baard in plukken.

Deze herkenbare gelaatstrekken zullen echter geen waarachtig beeld van de historische realiteit zijn. Eerder gaan ze terug op typen of maskers van het antieke theater. Verschillende karakters kregen bepaalde uiterlijke kenmerken toebedeeld: zo lijkt Petrus enigszins boers, wel wat onstuimig en impulsief, maar ook goedmoedig. Paulus daarentegen wordt afgebeeld als de typische cholericus, opvliegend en onbeheerst of zoals hij zichzelf beschrijft: ‘een doorn in het vlees’.

Heeft betrekking op:

Handelingen 11:26, Matteüs 16:19, 2 Timoteüs 2:8