Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Hieronymus van Alphen - De hemelvaart

Toen Adam voor het eerst oog in oog stond met zijn Schepper, barstte hij spontaan uit in gezang. Dat staat weliswaar niet in de bijbel beschreven, maar velen vonden het een aansprekende gedachte. In de tijd van Hieronymus van Alphen geloofde men graag dat de zangkunst in oorsprong en in wezen religieus was.

Van Alphen, die vooral voortleeft als auteur van de Kleine gedigten voor kinderen ('Jantje zag eens pruimen hangen'), heeft zich nadrukkelijk beziggehouden met de relatie tussen poëzie en muziek. Omdat hij zich bijzonder stoorde aan de kwaliteit van de religieuze liederen in de protestantse kerken, publiceerde hij vanaf 1772 'stigtelijke mengelpoëzij', die als 'zangstukjens' dienst kon doen.

In 1801-1802 lanceerde hij een uitvoerig muzikaal voorstel voor het nieuwe liedboek voor de Hervormde Kerken: Proeve van liederen en gezangen voor den openbaaren godsdienst. Van Alphen realiseerde zich dat voor een verantwoorde keus een ruim aanbod noodzakelijk is:

Zal tog zulk eene keuze wel uitvallen, daar alles, gelijk men zegt, geen timmerhout is, dan moet er overvloed zijn; opdat zij, die de gaven des onderscheids bezitten, om zulk eene keuze, menschkundig, poëtisch en godsdienstig, wel te doen, door gebrek niet verlegen staan; wanneer zij zulk een gebouw willen oprigten. Het is goed, dat David verzamele, opdat Salomo de handen des te ruimer, onder het bouwen, hebbe. Beide zijn den Heere des Tempels welgevallig. [vgl. 2 Kron. 6]

Elf liederen van Van Alphen werden opgenomen in de eerste door de synode goedgekeurde bundel, Evangelische gezangen (1805). Een eeuw later zijn er nog negen van overgebleven in het liedboek voor de Nederlandsche Hervormde Kerken van 1938. In het protestantse Liedboek voor de kerken (1973) en het Gereformeerd kerkboek (1986) heeft zich uiteindelijk slechts één lied weten te handhaven: 'Nooit kan 't geloof teveel verwachten'.

Van Alphens Proeve bevatte 48 titels: 27 liederen en gezangen over uiteenlopende thema's, 9 'liederen des gebeds' en 12 'lijdens-gezangen' - allemaal voorzien van een passende psalmmelodie. Uit de eerste groep kiezen we hier nr. 12, een viertal liederen onder de titel 'De hemelvaart'.

De hemelvaart. Feestzang.

Eerste lied. Wijze, Ps. CX.

Hoe vrolijk groent de heuvel der olijven;
Een zagte glans omringt, als dauw, den top.
Neen!.. Jesus kan op aard niet lang meer blijven;
Daar treedt Hij al zijn peins- en bidplaats op.

De lieve schaar volgt, onbewust, zijn gangen.
Zijn oog is vreugd; zijn treden majesteit.
Nu rolt geen traan van weemoed langs zijn wangen;
Hij is verhoogd, eer hij van d' aarde scheidt.

Met wijsheid, vol gezag, geeft hij bevelen.
Het ademt liefd' en trouw, wat Hij gebiedt.
Zelfs Salem zal in zijn verhooging deelen;
Nog treft de vloek d' ontaarte bloedstad niet.

Hij leert, vermaant, vertroost, en zegent allen.
Al zeegnend stijgt hij op van lieverleê:
Zijn luister klimt; 't gordijn zal spoedig vallen.
Daar is de wolk!.. Zij rijst... en voert Hem meê.

Hoe zalig is 't verheerlijkt op te vaaren,
Als werk en strijd op aard' is afgedaan.
Verlosser, stijg!.. geleidt Hem, englen schaaren!
Ons hart is vreugd; al staat in 't oog een traan.

Laat nu 't geloof het vrolijk zien vervangen,
Getrouwe schaar! Uw leidsman blijft nabij.
De hemel moet Hem tot uw heil ontvangen.
De Trooster komt: weest in die hope blij!

Dronk Hij op weg uit dikberoerde beeken,
Toen Hij gebukt in bloed en tranen lag.
Nu zal Hij 't hoofd volkomen opwaard steken,
Bekleed met eer, en Goddelijk gezag.

Het tweede lied - op de wijs van psalm 36 - telt zes coupletten, waarvan we hier het eerste, vijfde en zesde weergeven:

Triumf! Hallélujah! Triumf!
Ja, tot in eeuwigheid Triumf!
o Glorie aller dagen!
Hallélujah! Hallélujah!
Wij staan niet meer op Golgotha,
Maar bij den zegewagen,
Die onzen Vorst, met blij geschal,
Op englen-wieken, dragen zal,
Ver boven duizend zonnen;
Om met zijn bloed voor God te staan;
En zijnen vrienden voor te gaan,
Die loop en strijd begonnen.

Nu rust Hij eeuwig, maar zijn rust
Is, heilig-bezig, rust en lust
In hemelwerk te vinden.
Nooit zal zijn altaar ledig staan;
Hij bidt, en steekt steeds wierook aan
Voor zijn verlegen vrinden.
Hij heerscht als hemelvorst alom;
Bestiert het eeuwig heiligdom;
't Past alles op zijn wenken.
Wie God bemint, aanbidt den Zoon;
Ontvangt bevelen van zijn troon;
En eert Hem met geschenken.

Triumf! Hallélujah! Triumf!
Ja, tot in eeuwigheid Triumf!
Nu is de Zoon gezeten,
Als Godmensch, aan Gods regtehand!
Nu is de hemel vaderland!
Dit mag verlossen heeten!
Nu drupt er olie, die 't gemoed
Van treurigen vertroosten moet,
In duizenden geslagten.
Millioenen zullen, Hem gewijd,
In druk beproefd, voleind in strijd,
Zijn toekomst, zalig, wagten.

En dan volgen er nog twee hemelvaartsliederen, beide bestaande uit drie coupletten.

Bibliografische referenties

Hieronymus van Alphen, 'De hemelvaart. Feestzang' in: Proeve van liederen en gezangen voor den openbaaren godsdienst, Den Haag: J. Thierrij en C. Mensing, 1802. [De volledige bundel is te vinden in de DBNL.]

Klik hier voor een artikel over Hieronymus van Alphen op de website van de KB, met als thema 'poëzie en muziek'.

Heeft betrekking op:

Handelingen 1:1-11, Lucas 24:50-51, Hebreeën 1:1-3, Hebreeën 10:12-14, 2 Kronieken 6:4-11