Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Homoseksualiteit in de bijbel

De bijbel is over het algemeen stil over homoseksualiteit. Maar her en der verspreid zijn toch een aantal relevante verhalen en passages te vinden. Die zullen we hieronder langs lopen en bespreken. Maar voordat we dan doen, moeten eerst een paar belangrijke kanttekeningen gemaakt worden.

Het woord ‘homoseksualiteit’ of ‘homoseksueel’ komt niet voor in de bijbel. Dat woord is pas in de negentiende eeuw bedacht. Toen is ook het nu zo bekende onderscheid gemaakt tussen een ‘homoseksuele’ en een ‘heteroseksuele’ geaardheid (homo betekent ‘gelijk’ en hetero ‘verschillend’). Het is dus een relatief nieuwe gedachte dat homoseksualiteit een seksuele ‘geaardheid’ of ‘oriëntatie’ is, tegengesteld aan een heteroseksuele geaardheid. Die bestond in ieder geval niet in de Oudheid en is ook niet in de bijbel terug te vinden. De bijbel heeft het soms wel over homoseksuele handelingen – en spreekt daar altijd negatief over. Over vrouwelijke homoseksualiteit wordt maar in één passage in het Nieuwe Testament gesproken.

Het Oude Testament

Voordat het woord ‘homoseksualiteit’ bedacht werd, sprak men over ‘sodomie’Sodomie. Dat woord is afgeleid van het verhaal van Abrahams neef Lot in de stad Sodom. Volgens Genesis 19 krijgt Lot op een dag twee engelen op bezoek. Als de avond valt, komen ‘alle mannen van Sodom’ bij zijn huis. Ze eisen dat Lot zijn twee gasten uitlevert, omdat ze hen willen ‘nemen’. Als Lot weigert dat te doen – en zelfs aanbiedt in plaats van zijn gasten zijn eigen dochters naar buiten te sturen – dreigen de mannen van Sodom Lot zelf ook te verkrachten. Ten slotte bieden de engelen redding door de inwoners van Sodom met blindheid te slaan.

Het is achteraf gezien eigenlijk vreemd dat het woord ‘sodomiet’ op grond van dit verhaal de wereld in gekomen is. Uit andere passages in de bijbel wordt duidelijk dat niet de voorgenomen homoseksuele groepsverkrachting gezien werd als de misdaad van Sodom, maar vooral het schenden van de gastvrijheid (Ez. 16:49; Luc. 9:52-56 en 10:10-12; Wijsheid 19:14-17)Gastvrijheid.

Homoseksuele handelingen worden ook genoemd in het kader van de zogenaamde ‘heiligheidscode’, te vinden in Leviticus 17-26. In Lev. 18:22 wordt gezegd: ‘Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.’ In 20:13 vinden we dit verbod nog eens, met de toevoeging dat overtreding met de dood bestraft moet worden. Beide teksten staan in de context van verboden seksuele activiteiten. Naast het verbod op homoseks staat er bijvoorbeeld ook dat seks met een menstruerende vrouw verboden is, evenals incest en seks met dieren. Er wordt wel gedacht dat het boek Leviticus hier meer specifiek doelt op homoseksuele tempelprostitutie. Dat was een bekend verschijnsel in het oude Midden-Oosten en kwam ook voor in het oude Israël (Deut. 23:18; 1 Kon. 15:12; 2 Kon. 23:7; Job 36:14).

De Grieks-Romeinse wereld

Voordat we de nieuwtestamentische passages over homoseksualiteit onder de loep nemen, is het eerst nodig het een en ander te zeggen over homoseksualiteit in de Grieks-Romeinse wereld. Er wordt vaak gezegd dat de Grieken en de Romeinen homoseksualiteit ‘normaal’ vonden. Dat is maar ten dele waar. Homoseksuele contacten werden namelijk alleen getolereerd als er een duidelijk verschil in status was tussen de partners. Bijvoorbeeld een verschil in leeftijd – een man met een adolescent, ook wel ‘pederastie’ genoemd – of in sociale positie: een man met een slaaf of een (mannelijke) prostitué. In alle andere gevallen, ook tussen twee vrije, volwassen mannen, was homoseksueel contact niet toegestaan en was het soms zelfs strafbaar. Het spreekt vanzelf dat we in de Oudheid dus niets horen van gelijkwaardige homoseksuele liefdesrelaties, vergelijkbaar met een huwelijk.

Homoseksuele seks werd in de Grieks-Romeinse wereld op dezelfde manier bekeken als heteroseksuele seks. Er werd bij alle vormen van seksualiteit namelijk altijd een strikt onderscheid aangebracht tussen ‘nemen en genomen worden’ – tussen de actieve partner (in de regel een vrije, volwassen man) en de passieve partner (zijn vrouw, een slaaf, een jongeman of een (mannelijke) prostitué). Bij homoseksualiteit werden aan de passieve partners, altijd lager in status, in de regel vrouwelijke eigenschappen toebedeeld: ze waren zacht en onbehaard, ze praatten met een hoge stem en hielden ervan zich op te maken.

Vanuit filosofische hoek, vooral door de stoïcijnen, werd homoseksueel contact vaak bekritiseerd. Deze filosofen hadden ‘zelfbeheersing’ hoog in het vaandel staan. Alle buitensporige seksuele activiteit kon volgens hen maar het beste vermeden worden. En homoseksueel gedrag, maar bijvoorbeeld ook overspel, werd per definitie als ‘buitensporig’ gezien.

Het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament staat een drietal passages waarin homoseksueel gedrag genoemd wordt. Allereerst in twee zogenaamde ‘zondencatalogi’, te vinden in 1 Kor. 6:9 en 1 Tim. 1:10. Daar lezen we over mannen die in het Grieks arsenokoitai en malakoi genoemd worden, te midden van dieven en afgodendienaars. Die eerste term is waarschijnlijk door Paulus zelf verzonnen en betekent letterlijk ‘mannen die met mannen slapen’. Het woord is afgeleid van de Griekse vertaling van Lev. 20:13, het oudtestamentische verbod op homoseksueel gedrag, zoals Paulus dat kende uit de SeptuagintSeptuagint. Het tweede woord, malakos, betekent letterlijk ‘zacht’. De twee termen duiden achtereenvolgens de actieve en de passieve homoseksuele partner aan. Deze mannen, zo blijkt uit het verband waarin ze genoemd worden (zie de noot bij 1 Tim. 1:9), overtreden het zevende gebod – ‘Pleeg geen overspel’.

In de brief van Paulus aan de Romeinen vinden we de enige passage in de bijbel die over lesbische seks lijkt te handelen. Als Paulus de heidense, afgodenvererende wereld bekijkt, merkt hij op: ‘De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand’ (Rom. 1:27). Deze situatie is, zo blijkt, niet de oorzaak van Gods toorn, maar een gevolg van die toorn. Omdat de heidense wereld de verering van de enige ware God ‘ingewisseld’ heeft voor de verering van afgoden (Rom. 1:23), heeft God hen ‘uitgeleverd aan onterende verlangens’. Hun homoseksuele uitspattingen zijn volgens Paulus dus Gods straf voor hun afgoderij. In deze passage wordt ook duidelijk dat homoseksueel gedrag als typisch heidens gedrag gezien werd.

Ten slotte nog een opmerking over de term ‘natuurlijk’ in de Romeinenbrief. Paulus gebruikt die voor alles wat in overeenstemming is met de wil van God. Met de heiligheidscode van Leviticus 17-26 in het achterhoofd, kenmerkt hij alle seksuele handelingen die niet tussen echtgenoten plaatsvinden als ‘tegen de natuur’. En daaronder valt dus ook homoseksueel gedrag; bijna iedereen was in Paulus' tijd getrouwd. Dit gebruik van het woord ‘natuur’ is opvallend omdat het verder niet in het Joodse denken voorkomt. Paulus heeft het woord dan ook geleend van de Griekse filosofie. De Romeinen aan wie de brief gericht is, zullen er waarschijnlijk het gedachtegoed van de stoïcijnen in herkend hebben. Die dachten in deze tijd namelijk veel na over wat er zoal ‘overeenkomstig de natuur’ of ‘tegen de natuur’ was. Het is opvallend dat sommige stoïcijnen tot precies dezelfde conclusie kwamen als Paulus. Ook zij zagen alle uitingen van seksualiteit buiten het huwelijk – homoseksueel gedrag, maar bijvoorbeeld ook overspel – als ‘tegen de natuur’.

Heeft betrekking op:

Genesis 19:5, Leviticus 18:22, Leviticus 20:13, 1 Koningen 15:12, 2 Koningen 23:7, 1 Korintiërs 6:9, 1 Timoteüs 1:10, Romeinen 1:26-27