Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Toegepaste kunst

Honderd 'basterde storis' voor een gulden

Onbekend
Bijbeltegels naar Schut

Een schouw met bijbeltegels was niet voor iedereen weggelegd. Zoiets was zelfs een statussymbool: alleen kooplieden, rijke boeren en schippers konden zich dergelijke tegels veroorloven in de achttiende eeuw. Bijbeltegels werden dan ook gerekend tot de duurste tegeltypen. Eind zeventiende eeuw zagen verscheidene tegel- en aardewerkfabrieken brood in de nieuwe bijbelillustraties van graveurs zoals Schut De Schutbijbelen daarom namen ze de voorstellingen in blauw of paars over op hun producten. De productie van bijbeltegels in serie kwam op gang en vooral in geloofsgemeenschappen vonden de tegels gretig aftrek, ook om didactische redenen. Het genre vierde hoogtij in de achttiende eeuw. In de negentiende eeuw ging het de boeren op zandgronden in Gelderland en Overijssel voor de wind en ook zij waren in staat de gewilde bijbeltegels aan te schaffen, die inmiddels ook in Utrecht werden geproduceerd. De belangrijkste tegelfabrieken waren gevestigd in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Delft, Bolsward, Harlingen en Makkum.

Histories, de oude benaming voor bijbeltegels, worden onderverdeeld in categorieën op grond van hoekmotief en/of omlijsting. Het merendeel heeft een ossenkop, spin of anjer als hoekmotief. Verder kan gekeken worden naar het al dan niet voorkomen van een cirkel, wolken, bomen, een stukje land zonder achtergrond en tekst. Daarnaast zijn zogenaamde ‘basterde histories’ bekend, oftewel kleine histories: Friese tegels met eenvoudige voorstellingen tussen twee heuveltjes met gesponste boompjes en een ossenkop als hoekmotief. Histories met wolken zijn hieraan vrijwel identiek, maar hebben een spinnetje als hoekmotief. Een ossenkop vergde echter meer tijd en dat zag men terug in het loon: in 1794 kreeg eerste schilder Gatse Sytses bij Tichelaar te Makkum het schilderloon van 90 cent voor honderd ‘storis met wolkens’, tegen een gulden voor honderd ‘basterde storis’. Nieuwkomers kregen overigens minder betaald. Kortom, hoe complexer de voorstelling en hoe ervarener de schilder, des te duurder de tegel.

Onbekend
Tegel: Rebekka en Abrahams knecht bij de put
Pieter Hendriksz. Schut
Rebeca drenckt den knechts Abrahams ende sijne Kemelen.

Op basis van het karakter van de hoekmotieven is datering goed mogelijk. Een achttiende-eeuwse tegel met een voorstelling van Rebekka en de knecht van Abraham bij de waterput (Gen. 24:17) in een cirkel is bijvoorbeeld voorzien van anjers als hoekmotieven. Zulke tegels zijn doorgaans fijn uitgevoerd. De anjers zijn vijfdelig en bestaan uit fijne stipjes en streepjes. De tekst is schuinschrift en niet omkaderd. Een vergelijking met soortgelijke tegels wijst uit dat het een Amsterdamse tegel is uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Waarschijnlijk was dit een tamelijk dure tegel, gezien de wolken, het landschap en de vrij secure overname van de voorstelling van Schut. Met name de gelaatsuitdrukkingen zijn echter minder goed geslaagd; het lammetje doet zelfs monsterlijk aan.

Onbekend
Eliëzer ontmoet Rebekka

Hetzelfde kan gezegd worden van een negentiende-eeuwse tegel met dezelfde voorstelling. Maar ditmaal is het een zogenaamde 'historie in cirkel met servetwerk': de hoeken zijn gevuld met concentrische cirkels met daarop kruisjes. Deze zeldzame hoekdecoratie in combinatie met het tekstveld met schuine zijkanten bevestigt de datering. Opvallend is dat de trap totaal mislukt is – hij heeft meer weg van een bad – en dat de kameel achter de knecht vergeten is. Hing aan de zwerm vogels een minder duur prijskaartje?

Onbekend
De voorbereiding van het Pesachfeest
Pieter Hendriksz. Schut
Het Passah wert in gestelt ende voor de eerst mael geoeffent.

Een bijbeltegel met een voorstelling van de voorbereiding van Pesach (Ex. 12:21) voldoet exact aan dezelfde eisen. We zien wederom een 'historie in cirkel met servetwerk', met een soortgelijk tekstveld. De tegel kan op grond hiervan gedateerd worden in de eerste kwart van de negentiende eeuw. Een zelfde schilder lijkt voor de hand te liggen.

Anoniem, Delft
Schotel: roeping van Petrus en Andreas
Pieter Hendriksz. Schut
Petrus ende Andreas van Iesus geroepen, verlaten de Netten ende volgen hem na.

Als de bijbeltegels al vrij duur waren, tot welk segment behoorde dan de rijk gedecoreerde schotel met de roeping van Petrus en Andreas (Matt. 4:18-20)? Zeer vakkundig is de kleine Schutprent gekopieerd. Er is veel zorg besteed aan de vouwen in de kledij, de schaduwwerking en de gezichtsuitdrukkingen, iets wat bij de hoge productie van de bijbeltegels ondenkbaar was. Zelfs de vissers bij hun boot op de achtergrond zijn gedetailleerd weergegeven. De kleurrijke rand met accolades in het rond is rijkelijk voorzien van florale motieven en putti flankeren architectuur met lijstwerk. Elke grote bloem is een waar kunststukje. Al met al een lust voor het oog.

Zie ook

  • Toon Rode draad De Schutbijbel toegepast
  • Toon terzijde Groot en klein op een plaquette
  • Toon terzijde Van Merian tot theebusje
  • Toon terzijde Het verhaal van Jona op tegels
  • Toon terzijde Delfts blauwe tegels in Denemarken
  • Johannes ziet Christus temidden van zeven kandelaren
  • Onbekend
    Tobit wordt blind
  • Adam Sijbel
    Avondmaalskan: Zacheüs in de vijgenboom

Bibliografische referenties

J. Pluis, Bijbeltegels: bijbelse voorstellingen op Nederlandse wandtegels van de 17e tot de 20e eeuw / Bibelfliesen: biblische Darstellungen auf Niederländischen Wandfliesen vom 17. bis zum 20. Jahrhundert, Münster 1994.

Heeft betrekking op:

Genesis 24:17, Exodus 12:21, Matteüs 4:18-20