Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Hooglied door de eeuwen heen

Twee geliefden in een wijngaard, een tong als zoete wijn en borsten als druiventrossen. Hooglied is een bij uitstek zinnelijk, hartstochtelijk en erotisch boek over twee verliefde mensen. Zo wordt het tegenwoordig meestal uitgelegd. Maar dat is niet altijd zo geweest. Eeuwenlang is Hooglied allegorisch gelezen, zowel door Joden als door christenen.

De Joodse traditie

Het is maar zeer de vraag of het boek Hooglied in de Joodse bijbel zou zijn opgenomen puur op basis van de mooie liefdespoëzie die erin staat. Waarschijnlijk werd het boek gecanoniseerd omdat de liefdesgeschiedenis al vroeg werd opgevat als een metafoor: de geliefden in Hooglied staan voor God (de bruidegom) en Israël (zijn bruid). Zo bezien wordt in Hooglied beschreven hoe Israël wordt uitgekozen uit alle volken van de hele wereld (zoals de bruid gekozen wordt uit ‘de dochters van Jeruzalem’; 1:5) en dat haar God de enige God is temidden van de goden van de wereld (‘als een appelboom tussen de bomen van het bos, zo is mijn lief tussen de jongens’; 2:3).

Deze allegorische uitleg van het boek Hooglied treffen we in uiteenlopende vormen aan in de Joodse traditie. Mystieke en historische allegorieën gaan vaak hand in hand. In de Targoem (de Aramese vertaling/parafrase van de Joodse bijbel) wordt het Hooglied uitgelegd als een historische allegorie van het volk Israël. De geschiedenis begint met de uittocht uit Egypte, en leidt via de verovering van Kanaän, de stichting en de val van het koninkrijk en de Babylonische ballingschap naar de komst van de Messias.

De christelijke traditie

De vroege christelijke kerkvaders nemen de allegorie van de Joodse traditie over en geven er een christelijke draai aan. Bij hen verwoordt het Hooglied de wederzijdse liefde van God/Christus en de kerk (of de individuele gelovige). Voorzover bekend is Hippolytus, rond 200, de eerste die zo’n interpretatie heeft geformuleerd. Volgens hem duidt ‘Mijn koning brengt mij in zijn kamers’ (1:4) op de gelovige die door Christus wordt ‘gehuwd’ en tot zijn kerk gaat behoren. De woorden ‘Je borsten zijn als kalfjes’ (4:5) zouden dan duiden op het oude en nieuwe verbond van God (eerst met het volk Israël, daarna met de Kerk).

De geschriften van Origenes (185-253) zijn echter het meest invloedrijk geweest wat betreft de interpretatie van Hooglied. Keer op keer benadrukt hij dat het bijbelboek de innige band tussen Christus en de christelijke gemeente onder woorden brengt. In een van zijn preken over het Hooglied zegt hij: ‘Als deze zaken niet geestelijk worden verstaan, zijn het dan geen fabels? Als zij geen geheim in zich dragen, zijn zij dan niet God onwaardig? Daarom moet degene die de Schrift geestelijk weet te verstaan uit alle macht proberen niet te leven naar vlees en bloed, opdat hij of zij de geestelijke geheimen waardig wordt en, om iets gewaagders te zeggen, gegrepen wordt door geestelijke begeerte of liefde … Wanneer je een minnaar bent van het vlees zul je de geestelijke liefde niet vatten.’

Het is opmerkelijk dat het bij uitstek zinnelijke bijbelboek Hooglied zo als wapen wordt aangewend in de geestelijke strijd tegen de zinnelijkheid.

Al deze traditionele, allegorische interpretaties van Hooglied werden ingegeven door de ascetische denkbeelden die er indertijd waren. Het ‘vlees’ werd gezien als een grote hindernis op de weg naar God. Deze afkeer van het lichamelijke en het benadrukken van het geestelijke stond een letterlijke uitleg van de tekst in de weg. Daarom werd het Hooglied ‘ontsekst’ en gelezen als een spiritueel lied dat juist de maagdelijkheid, het celibaat en het verlangen van de menselijke ziel naar God prijst (vgl. 4:12). Het spreekt vanzelf dat deze interpretatie vooral heel populair was binnen de kloosters. In de twaalfde eeuw schreef de mysticus en monnik Bernard van Clairvaux (1090-1153) maar liefst 86 preken over het Hooglied, waarin hij spreekt van het ‘huwelijk’ van de gelovige ziel met haar hemelse bruidegom Christus.

Dit alles wil niet zeggen dat er nooit andere stemmen op gingen – ze kregen alleen niet veel gehoor. Theodorus van Mopsuestia (ca. 350-428) bijvoorbeeld legde Hooglied letterlijk uit, als een erotisch lied dat koning Salomo zong voor een Egyptische prinses. Het Concilie van Constantinopel (550) was het niet met hem eens en veroordeelde Theodorus’ geschriften als ongepast voor christelijke oren.

De Reformatie – en daarna

Maarten Luther moest niets hebben van de allegorische uitleg van de kerkvaders, maar schrok zelf ook terug voor een letterlijke interpretatie van het Hooglied. Hij koos een puur historische interpretatie: de bruid is zinnebeeldig voor het gelukkige en vredevolle Israël ten tijde van koning Salomo. Het Hooglied moet volgens hem gelezen worden als een lied dat Salomo dichtte om God daarvoor te danken.

Ook onder de reformatoren bestond verschil van mening. In het protestantse bolwerk Genève kreeg Calvijn het aan de stok met zijn mede-hervormer Johannes Brentius. Een van de grootste twistpunten tussen hen beiden was de interpretatie van het bijbelboek Hooglied. Brentius had namelijk de oude letterlijke interpretatie van Theodorus van Mopsuestia nieuw leven ingeblazen. De spanning liep zo hoog op dat ze niet meer konden samenwerken en Brentius moest Genève verlaten. Calvijn schreef later over hun meningsverschil: ‘Hij beschouwt Hooglied als een wellustig en obsceen gedicht waarin Salomo zijn schaamteloze liefdesavonturen heeft beschreven.’ Ook door protestanten werd het Hooglied uitgelegd als liefdespoëzie die allereerst de liefde van Christus voor zijn gemeente bezingt.

Vanaf de zeventiende eeuw gaan er steeds meer stemmen op om de tekst van Hooglied te lezen zoals die zich aandient: als poëzie over de liefde tussen twee mensen. En dat is de interpretatie die tegenwoordig het meest wordt aangehangen.

Zie ook

  • Toon terzijde Hooglied als allegorie