Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Hugues C. Pernath - Mijn Tegenstem

Hugues C. Pernath, pseudoniem voor de Vlaamse dichter Hugo Wouters (1931-1975), is in zijn vroege gedichten somber, de dood waart er voortdurend rond. Het leven is er één lang sterven dat zich elke dag opnieuw voltrekt. In de bundel Mijn tegenstem. Gedichten 1966-1973 verandert zijn poëzie van toon. In het gedicht ‘Exodus’ beschrijft Pernath de uittocht uit zijn vroegere zelf, uit het leven dat hij leidde maar dat hij ontgroeid is en nu verafschuwt. Hij verfoeit het fascisme waarin hij moest leven in zijn jeugdjaren:

De jaren waarop de smet rust, het bedrog, het beven
En rook die daalt.
...
Omdat ik in de schemer van mijn winderige woningen
Van weleer, iedereen opvolgde en vereerde
Omdat ik nu voltooide en met jou heelhuids verdeel
Wat ik als kind nafluisterde en vergeten ben.

... en verklaart zich solidair met de achtervolgden, met Jacob:

Iedereen moet dit weten, iedereen
Of alleen het vuur, of alleen het gas
Want steigerend, want stervend herken ik jouw ras.

Jacob, jullie lijken vielen in een woestijn,
Twijfel, maar op deze grond heb ik gezworen
Dat zij zal overblijven na de hagel,
Dat ik haar zal dragen als een boom.

... terwijl hij van Sarah-Rose juist de zegen nodig heeft:

En van jou, Sarah-Rose, smeek ik jouw zegen voor mij,
Voor haar, jouw dochter, en voor alle mensen
Waaruit kinderen leven die aanstoot geven.
Vreugde die verlamt.

De dichter verklaart dat hij, als een Mozes, zal redden wat er nog te redden valt. En zoals Jakob na de worsteling met de engel een gedaantewisseling ondergaat (vgl. Gen. 32), zo verandert ook de dichter en wordt vrij:

En na de doornstruik en na het branden
Geraakte ik met wanhoop en waarheid vertrouwd.
Hinkend, uit de heup zal ik mij herhalen,
Mijn uittocht begint, met wat mij nog overblijft
Aan vrees en vrijheid. Aan haar en haar ontroering.

De exodus van de dichter wordt bezegeld in de trouw, in de vriendschap, en in het intieme samenzijn met anderen:

En in de klimmende kleuren van onze wereld
En heel en al, als werkelijkheid voortdurend,
Heb ik mijzelf, opnieuw met jou en mij herschapen.
...
En jij die blijft, ergens, vandaag en morgen
En dichterbij. Bij hoog en bij laag herleven wij
Na zoveel niets. Na zoveel minder.

Bibliografische referenties

Hugues C. Pernath, Mijn Tegenstem. Gedichten 1966-1973. Antwerpen: Pink Editions & Productions, 1973. [De volledige tekst is ook te vinden in de DBNL.]

Hugues C. Pernath-themanummer van Nieuw Vlaams Tijdschrift 29 (1976), nr. 6-7. Antwerpen: Uitgeverij Ontwikkeling, 1976.

Heeft betrekking op:

Exodus 3:2