Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Huub Oosterhuis - Lied van de wijngaard

Behalve 'De steppe zal bloeien'Huub Oosterhuis - De steppe zal bloeien heeft priester-dichter Huub Oosterhuis ook zijn 'Lied van de wijngaard' aan Jesaja ontleend. In dit lied herkennen we het typische geluid dat Oosterhuis binnen de Socialistische Partij, waarvoor hij in 2006 lijstduwer was, regelmatig laat horen: een eigen combinatie van religieuze inspiratie en socialistische idealen. Het lied staat o.a. afgedrukt in een brochure van de SP, getiteld ’Red hen die geen verweer hebben’ (citaat uit Psalm 82).

Lied van de wijngaard

Mijn vriend had een wijngaard.
Omheinde woestijn, ruimde stenen.
Zaaide water, stekte het licht.
Wat oogstte hij? Ontuig.

Mijn vriend is rechtlijnig, een dromer.
Hij ziet de armen geplunderd.
Doorziet de clevere aanpak, het grootste
gelijk van de markt.

Mijn vriend is een drammer.
Het kwaad noemt hij kwaad.
Hij is mijn enige god.
Hij zegt: Breek het recht van de sterkste.

Ook in zijn toespraak op het slotfeest van de SP aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen (november 2006) haalde Oosterhuis Jesaja aan. Hij zei daar dit:

(...) Ik bewonder mensen die huilen om deze wereld; die sterk, geestig, wijs en onvermoeibaar zijn, maar ook verontwaardigd en verbijsterd, en huilen. Ik ken ze ook wel onder SP-stemmers. Huilen kan je ook met droge ogen.
Dorothy Day had tranen, maar ook een visioen: het bijbelse visioen van een nieuwe wereld. Ik ga er een paar regels uit voorlezen, het is utopische poëzie. Even utopisch als die socialistische Internationale die vijftien jaar geleden nog wel eens hier en daar in Nederland gezongen werd: ‘Ontwaakt, verworpenen der aarde’.
Een nieuwe wereld? Jazeker. In de hemel zal je bedoelen? Nee, hier op aarde, zeggen de bijbelse profeten. [Vgl. Jes. 65:20-23.]

Geen kinderen zullen daar sterven.
Oude mensen maken hun dagen vol
en jonge mensen zullen daar
pas op hun honderdste sterven.

Zij bouwen huizen en wonen erin.
Zij planten wijngaarden en eten de vruchten.
Zij bouwen niet meer en anderen wonen erin,
planten niet meer en anderen eten het op.

Zij zullen niet voor een leegte zwoegen,
geen kinderen baren voor de verschrikking.

Op 7 oktober, in het Muziektheater aan het Amsterdamse IJ heb ik in mijn toespraak gezinspeeld op deze utopische bijbeltekst. Maar Trouw-columnist Ephimenco herkende die toespeling niet en schreef over de ‘belachelijke utopie van die tomaten-priester’.
Ik heb besloten dit visioen ernstig te nemen, en een andere wereld dan deze, een nieuwe, voor mogelijk te houden, mèt al die anderen samen die willen horen bij ... en geloven in ... Ik probeer mijn oren en ogen te scherpen voor de kleinste tekenen van opleving en nieuw begin. Ik voel een plicht tot vertrouwen, ik kies voor hoop tegen wanhoop. Ik weet: er trekt door de eeuwen heen en tot op vandaag een lange stoet van zulke kiezers.
Er bestaat een traditie van hoop, van utopische verbeelding èn van nuchtere afspraken – maak de afspraak met jezelf, en met zoveel mogelijk anderen: dat je zult blijven verlangen naar een wereld waar schoon water en brood en solidariteit en levenskansen zijn voor allen, alles voor allen. En richt daarop je politieke keuzes.
‘En jonge mensen zullen daar pas op hun honderdste sterven’ – dat elementaire ideaal, verloochen dat niet. En vernieuw de afspraak met jezelf ieder jaar, op je verjaardag, op de avond voor Kerstmis, op Pasen of Pinksteren of Grote Verzoendag of op het Suikerfeest, of op 5 mei – dagen genoeg. (...)

Bibliografische referenties

Huub Oosterhuis, 'Lied van de wijngaard' in: Godweet komt het goed. Een keuze uit de liederen en gedichten. Amsterdam: Muntinga, 2005 (Rainbow pocket), p. 27.

Toespraak Huub Oosterhuis op het Finale Feest

Heeft betrekking op:

Jesaja 5:1, Jesaja 65:20-23, Psalm 82:4