Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Iemand de kroon van zijn hoofd nemen

Iemand van zijn eer beroven

In de Nieuwe Bijbelvertaling is in Openbaring 3:11 geen sprake meer van een kroon, maar van een lauwerkrans. De Statenvertaling van 1637 plaatst bij dit vers de volgende kanttekening:

“Sommigen verstaan dit van de kroon van het leerambt, waarin deze leraar zich tot dien tijd wel had gekweten; doch het kan ook verstaan worden van de kroon des eeuwigen levens, gelijk hiervoor Openb. 2:10, welke hier gedreigd wordt van iemand genomen te zullen worden, wanneer hij in zorgeloosheid van zijn ambt, of des levens zou komen te vervallen; en zulke waarschuwingen zijn middelen die dienen, dat de gelovigen in het goede volstandig zouden blijven. Want Christus belooft in Openb. 3:10, dat Hij hen zal bewaren uit de ure der verzoeking; en in Openb. 3:12, dat die een pilaar is in den Tempel Gods, waaruit hij niet meer zal gaan.”

Heeft betrekking op:

Openbaring 3:11