Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Iemand de mond snoeren

Iemand het zwijgen opleggen.

Letterlijk iemands mond vast- of dichtbinden, door er iets in te steken of te stoppen - dit laatste meestal figuurlijk door middel van geld of geschenken.

"De maght ontbreeckt me niet om uwen mond te snoeren, En driestigheyd met straf." (De Werken van Vondel, in verband gebracht met zijn leven, en voorzien van verklaring en aanteekeningen door J. van Lennep (12 dln.) Amsterdam, 1855-1869, dl. 2, p. 254. Het citaat is van 1625.)

"’Ik laat mij niet de mond snoeren door de partij,’ zei VVD-Kamerlid Geert Wilders naar aanleiding van het uitgelekte conflict met fractieleider Jozias van Aartsen." (NOS Journaal, 1 sept. 2004)

Heeft betrekking op:

1 Petrus 2:15