Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

In zak en as zitten

Terneergeslagen zijn, in de put zitten.

Oorspronkelijk betekent dit 'in de rouw zijn' of meer specifiek 'boete doen': een gebaar naar God wanneer men heeft gezondigd en zijn vergelding vreest. Men vastte, trok een boetekleed (in het Hebreeuws saq, vandaar 'zak') aan, wierp stof (traditioneel: 'as') over het hoofd en sprak boetgebeden uit. Als het ging om een gehele bevolkingsgroep, riep men een vastendagVasten uit die voor iedereen gold.

Heeft betrekking op:

Ester 4:1, Ester Grieks 4:1, 2 Samuël 3:31, 1 Koningen 21:27, Nehemia 9:1, Jeremia 6:26, Jona 3:6, Judit 4:10, Jesaja 58:5, Daniël 9:3, Matteüs 11:21