Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Feesten

Inwijdingsfeest (Chanoeka)

De kandelaar die gebruikt wordt voor Chanoeka, het inwijdingsfeest of 'feest van het licht', wordt een menora of een chanoekia genoemd. Hij herinnert eraan hoe de joden - na de opstand van de Makkabeeën in 168 v.Chr. en de nederlaag van de Syrische legers - de tempel weer wilden inwijden door de menora, de zevenarmige gouden kandelaar, aan te steken.

Bij het herstel van de tempel werd door de hogepriester één verzegeld kruikje olie gevonden - genoeg om de menora precies één dag te laten branden. De menora bleef echter branden tot er acht dagen later - tegen het einde van de inwijdingsfeesten - weer olijfolie was geperst die puur en zuiver genoeg was om in de tempel te gebruiken. Een wonder!

Anoniem
Menora

Ter herinnering aan dit wonder werd Chanoeka ingesteld. Omdat de rabbijnen verboden hebben dat de menora uit de tempel zou worden nagemaakt, wordt er voor het Chanoekafeest een achtarmige kandelaar gebruikt. De rituele handeling van het feest is het aansteken van kaarsen of oliepitjes van de chanoekia. Deze is voorzien van een aparte negende arm of pithouder die dient om de overige acht aan te steken. De eerste avond wordt daarmee één kaars of oliepitje aangestoken, de tweede avond twee en zo verder. Op de achtste avond staat de kandelaar of olielamp zo in volle glorie te branden.

De achtarmige menora is door joden veelvuldig gebruikt als symbool in de kunst, bijvoorbeeld in synagoges, en later als symbool van de staat Israël.

Zie ook

  • Toon Rode draad De joodse kalender

Heeft betrekking op:

Zacharia 4:2, Johannes 10:22, 1 Makkabeeën 4:36-61, 2 Makkabeeën 10:1-8, Numeri 8:2