Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Iny Driessen - Abigail

In de jeugdroman Abigail komen alle onderdelen van de geschiedenis van de rechter Jefta, zoals die beschreven wordt in Rechters 11, in romanvorm aan de orde. Hoofdpersoon is Jefta's dochter, die in deze roman de bijbelse naam Abigail, "mijn vader juicht", heeft meegekregen. Direct in het eerste hoofdstuk worden de voornaamste personages en hun onderlinge verhoudingen geschetst: Jefta als een verbitterd maar gedreven man, Abi als een meisje van 14, verliefd fantaserend over haar toekomstige man, die hopelijk wel op haar vader zal lijken.

Een bijzondere rol is weggelegd voor Avram, een oude wijze man, die Abi's toekomst lijkt te voorzien. Hij zinspeelt een aantal malen op het lot dat haar te wachten staat: 'Ach mijn kind, je zult nog veel pijn hebben. Aan je lichaam en aan je ziel' (p. 15) en 'Jij zult nog meer moed nodig hebben, Abigail' (p. 25). Deze Avram probeert Abi ook het nodige bij te brengen over God:

'Vergeet het nooit: onze God heeft het beste met ons voor. Hij heeft aan Mosje [Mozes] zijn naam gezegd: "Ik ben die is. En ik zal jullie bijstaan. Ik zal er altijd zijn voor jullie." [zie Ex. 3:14] De Heer waarin wij geloven, is begaan met ons, hij wil ons gelukkig maken. Hij wil dat we leven. Ja, hij wil dat we leven.' (p. 38)

Uiteraard krijgen deze woorden een speciaal reliƫf tegen de achtergrond van het drama van Jefta's gelofte: zonder het te weten heeft hij God beloofd zijn dochter te offeren (Re. 11:30-31 en 34-35). Wat doet dit met zijn dochter?

Aan het water overdenkt Abi voor de zoveelste keer alles wat er die avond is gebeurd. Ze heeft heel heldhaftig gezegd: 'Doe met mij wat je hebt beloofd,' maar nu ze in haar eentje in de stille, duistere nacht alles overdenkt, voelt ze zich niet meer zo zeker. Dat is dan nog voorzichtig uitgedrukt. Ze voelt zich vermorzeld, platgetrapt als een insect onder een zware voet. Het lijkt wel of iemand met een meelstamper haar maag heeft geplet. Ze is misselijk. Abigail, 'mijn vader juicht', denkt ze bitter. Hij zal niet meer om me juichen, nooit meer!
[...]
'Wat moet ik doen? God in de hemel, zeg het mij! Is het waar dat mijn vader zijn belofte moet houden? Stel je ons op de proef, zoals je met Avraham deed? Zul je er weer in voorzien zoals destijds, toen onze vader Avraham net op tijd een bokje zag in het struikgewas, en Jitschak kon losmaken van het brandhout? [zie Gen. 22] Beloof je mij dat je dat zult doen? Of laat je me sterven? Waarom zeg je niets, mijn God, waarom zeg je niets?' Abi snikt en roept naar de stille, donkere hemel. Zelfs de sterren lijken vannacht minder helder te schijnen dan normaal. Zou God daar echt ergens tussen of achter de sterren leven en naar haar kijken?
'Maar ... maar God, als jij daar nu helemaal niet bent? Dan sterf ik voor niets!' (p. 47-48)

De rest van het boekje is een uitwerking van Re. 11:37-38: Abi trekt met twee vriendinnen de bergen in, voert gesprekken over vriendschap, liefde en God. En terwijl Jefta een offerplaats bouwt, bereidt Abi zich voor op haar einde. Op de laatste bladzij keert ze terug in de stad van haar vader, en - zoals de bijbeltekst het zegt - 'hij bracht zijn gelofte ten uitvoer' (11:39).

Bibliografische referenties

Iny Driessen, Abigail. Tielt: Lannoo, 2002.

Heeft betrekking op:

Rechters 11:30-39