Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Isaäc da Costa - Nehemia IV.

1830 is het jaar van de Belgische Opstand, die na veel strubbelingen en strijd zal leiden tot de onafhankelijkheid van België in 1839. In het Noorden levert dit conflict een ongehoorde vracht bombastische poëzie op, met name rond de Tiendaagse veldtocht van augustus 1831.
Als de opstandelingen op 4 oktober 1830 de zelfstandige Belgische Staat proclameren, roept koning Willem I het Nederlandse volk te wapen. Zijn oproep vindt o.a. bij de Leidse studenten gehoor: er wordt een corps 'vrijwillige Jagers der Leidsche Hoogeschool' gevormd, waaraan ook de theologiestudent H.P. Scholte deelneemt. Deze Scholte zal een paar jaar later een van de voormannen van de Afscheiding - waarbij de Gereformeerden zich losmaken van de Hervormde kerk - worden. Onder zijn leiding emigreert in 1847 een groep van 800 Hollandse afgescheidenen naar Amerika, waar ze in de staat Iowa het stadje Pella stichten.

Terug naar oktober 1830: de dichter Isaäc da Costa geeft zijn vriend H.P. Scholte de volgende zegenbede mee.

Nehemia IV.

Aan mijn vriend, den theol. stud. H.P. Scholte, uitgetrokken met de Leydsche studenten, oct. 1830.

Op des noodbazuins geluid
Trek, mijn broeder, ja trek uit,
Met het oog op God gewend,
Die de zielsbegeerten kent;
Met den psalm in mond en hart,
Dat de krijgsgevaren tart.
God zij met U, dierbre Vrind!
Aan wat oord ge U ook bevindt,
In den dubbel heilgen strijd,
Waar ge U zelf aan hebt gewijd;
Strijd met tranen en gebeên
Over Sions smert en weên;
Voor Oranje en Neêrland zaam,
In des Gods der vaadren naam;
Tegen 't vloekverbond der hel
Met den God van Israël.
Ga Zijn aangezicht slechts meê!
't Zal triumf zijn, lofzang, vreê,
Wat de dag, die aanspoedt, baart,
By het schudden van heel de aard.
Dierbre broeder! eedle jeugd!
Trekt met Christen-heldendeugd
't Heir der tijgren te gemoet,
Dorstig naar oud-Hollandsch bloed.
Ziet op 't kruis! en van omhoog
Slaat de Wraak ze voor uw oog,
En gy keert met vrede weêr,
Overdekt met krijgsmanseer,
Tot den strijd van 't geestlijk werk,
Van den opbouw Zijner Kerk,
Tot de dienst van 't levend Woord,
Dat, verkond, verbreid, gehoord,
Neêrland eenmaal nog herstell'
Tot een geestlijk Israël!
God Nehemja's! o Zie neêr!
Doe 't gelukken! U zij de eer.

Bibliografische referenties

Isaäc de Costa, 'Nehemia IV.' in: Da Costa's kompleete dichtwerken II, Haarlem: A.C. Kruseman, 1862, p. 339-341. [Deze tekst is ook te vinden in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

Nehemia 4:8