Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

J.C. van Alckmaer - Kinder-Liedeke

In Komrij's bloemlezing van kinderpoëzie vinden we onderstaand fragment uit een 17e-eeuws kinderliedje. 'Na de wijze: Hoe soud ik swijgen siet.' In dit gedichtje wordt gespeeld met woorden uit 1 Petrus 1; deze woorden gaan op hun beurt gedeeltelijk terug op Jesaja 40.

Bloeiende jonge jeugd
Haast u zonder vertragen,
Zoekt voor uw ziel rust, vreugd,
Want 't zijn de laatste dagen,
En 't einde is, voorwaar, nu haast vervuld,
Weinig tijds fris gij hebben zult.

(...)

Al uw vlees is als hooi,
Bij gras bloemkens geleken,
Al staat gij heden mooi,
Dijn tijd is haast verstreken,
Dat gras verdort, en den boom valt haast of,
En gij, mens, wordt aard' en stof.

Bibliografische referenties

Gerrit Komrij, De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Amsterdam: Prometheus, 2007, p. 17.

Heeft betrekking op:

Jesaja 40:6-8, 1 Petrus 1:4-6, 1 Petrus 1:24-25