Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

J. J. L. ten Kate - De Schepping

In De Schepping uit 1866 probeert Ten Kate (1819-1889) een helder antwoord te geven op de discussie over het ontstaan van de wereld. Door de negentiende-eeuwse ontdekkingen en theorieën van Darwin rijzen er bij menigeen twijfels over de geldigheid van het bijbelse scheppingsverhaal. Het antwoord dat Ten Kate biedt, is dit 240 pagina's tellende dichtwerk, waarin hij probeert om de wetenschappelijke ontdekkingen van Darwin in overeenstemming te brengen met de bijbelse gegevens.

Een voorbeeld daarvan is het gedeelte waarin Ten Kate het scheppingsverhaal, de wetenschappelijke theorieën over de aardlagen en de negentiende-eeuwse technologische vooruitgang met elkaar in verband brengt. Waar anderen die dingen moeilijk met elkaar kunnen rijmen, ziet Ten Kate alleen maar heldere lijnen van de schepping tot aan zelfs de nieuwste uitvinding: de trein. Hij schrijft over de wouden die in 'den gapenden grond' gestort zijn en daar verworden zijn tot rijke aardse schatten:

In dien chaos daar beneden,
Wonderdadige Alchemist,
Schept Natuur verborgenheden,
Door geen Mozes zelf gegist!
[…]
Maar geen vuurtong op den luchter, (...)
Die ù niet vertegenwoordigt, / Wouden die geen stervling zag!
Niet van ù getuigt, gij Wondren / van den Derden Scheppingsdag!
[…]
't Is na duizendduizend jaren / de echo nog van 't slotakkoord
Van der Englen hallelujah, / op dien Derden dag gehoord!
Heilige Ziener, gij, vernaamt gij 't? - / wat in raadsel was verhuld,
Is ontsluierd: wij verstaan het, / want - de Tijden zijn vervuld.

Een van zijn tijdgenoten, de criticus Busken Huet haalt genadeloos uit in een lange cynische tirade ("Geen Hollander kan zulke dichtregels lezen, zonder aan zijn hart te gevoelen dat de heer Ten Kate het hoofdinstrument der poëzie meester is…"). Hij meent dat Ten Kate in De Schepping niets anders gedaan heeft dan een christelijk leerstuk op vervelend rijm te hebben gezet.

Bibliografische referenties

De schepping. Een gedicht van J. J. L. ten Kate. Utrecht 1867 (2e druk). [De volledige tekst is ook in DBNL te vinden.]

Heeft betrekking op:

Genesis 1:1-2:4