Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Jacob Cats - Sinne- en minnebeelden

Ook Jacob Cats nam deel aan de nieuwe internationale mode van de emblemataEmblemata van Jan Luyken. In 1618 verscheen zijn bundel Silenus Alcibiadis sive Proteus, later omgedoopt in Sinne- en minnebeelden. In 1627 kwam hij met een uitgebreide en deels herschreven editie. Het bijzondere aan dat boek is dat door middel van Nederlandse, Latijnse, Engelse en Franse motto's, gedichten, citaten en prozastukken aan alle embleemprenten drie verschillende betekenissen worden gegeven: een amoureuze, een maatschappelijke en een godsdienstige. Adriaen van de Venne, Cats' vaste illustrator, ontwierp de prenten.

Alle emblemen in Cats' werk zijn doortrokken van bijbelse noties. Er wordt expliciet, maar vaak ook impliciet, zeer vele malen uit de bijbel geciteerd en op de meest uiteenlopende passages gezinspeeld. Het grootste aantal aanhalingen komt uit Spreuken, Wijsheid van Jezus Sirach, de Psalmen en de brieven van Paulus. Hieronder beperken we ons tot enkele emblemata waarbij expliciet verwezen wordt naar Wijsheid van Jezus Sirach.

Adriaen Pietersz. van de Venne
Gherimpelt vel en vrijt niet wel.

Dit embleem draagt de titel 'Turpe senilis amor', ontleend aan Ovidius; het betekent iets als: verliefdheid is een schande voor iemand op leeftijd. Cats bedoelt dit als les voor jonge mensen: zorg dat je de liefde op tijd, d.w.z. nu je jong bent, benut. Als je te lang wacht, ben je verwelkt voor je gebloeid hebt. Aan de andere kant: als je de liefde te vroeg uitdaagt, roep je het ongeluk over je af. Een vrouw die met haar schoonheden mannen verleidt, trekt meestal aan het kortste eind. (Over pronkzieke mannen heeft Cats het niet.)
Een keus uit de teksten die Cats hierbij noteert:

Gherimpelt vel en vrijt niet wel.
De roos, daer menigh dier quam eertijts om gevlogen,
Staet nu, eylaes en treurt, van niemant aengetogen,
Geen witje sitter op, geen bietje suyghter aen,
En vraeghje, waerom dat? haer bloemtjen heeft gedaen.
Pleeght liefde, soete jeught, en stelt u om te paren,
Dat is het rechte wit van uwe groene jaren;
Mint eer u bloemtje ruyft, of na der aerden duyct;
U beste goet verslijt, al wortet niet gebruyct.

Gheen dorre blom, is wellekom.
Wanneer de versche roos eerst uyt begint te puylen,
Al wat om bloemen vliegt dat soecter in te schuylen;
Maer alsse neder helt verwonnen vanden tijt,
Soo komter niet een bie die haer om honich vrijt.
Siet daer een oudt gebruyck ontrent de groote staten,
Het rijck dat onder leyt dat is terstont verlaten;
Een yeder wijcter van, oock die het eens verkoos:
Men soect geen honich raet als by de versche roos.

Ghy claegt ons moye Trijn, en toont u gants verbolgen
Dat u tot vuyl bejagh de Venus janckers volgen;
Wel, kint, na mijn begrijp, het is u eygen schult;
Ghy zijt te veil gecleet, en al te weyts gehult:
Ey let eens hoe de bien ontrent de rosen sweven
Terwijl zy hare jeught so weligh open geven;
Let hoe in tegendeel het dorre bloemtje rust;
Siet! aen het sedigh cleet en wrijft geen vuyle lust.

Deze weinig eenduidige boodschap wordt onderbouwd met een veelheid aan teksten. De bijbehorende bijbelteksten zijn afkomstig uit 1 Tim. 2, 1 Petr. 3 en Wijsheid van Jezus Sirach 11: 'Klein is de bij onder de gevleugelde dieren, / maar wat ze voortbrengt is het zoetste dat er is. / Ga niet prat op de kleren die je draagt, / word niet verwaand als men je eer bewijst ...'

Adriaen Pietersz. van de Venne
Wort dit ghewas ontkleet....

In dit embleem draait het om de ui: als je hem schilt, springen je de tranen in de ogen; maar zolang je hem in de schil laat, kun je er leuk mee spelen. Cats gebruikt de ui hier primair als een symbool voor de maagdelijkheid: ook als je een meisje van haar rokken ontdoet, zal het je berouwen. Daarnaast maakt Cats een vergelijking tussen het moment vóór en na het schillen en de aard van de vriendschap bij veranderende omstandigheden. Zolang alles goed gaat, zijn je vrienden vrienden, maar pas in nood ontdek je wie je échte vrienden zijn. Deze laatste toepassing vinden we terug in de hierbij aangehaalde verzen uit Wijsheid van Jezus Sirach: 6:8 en 37:1. Cats tilt deze thematiek in de bijbehorende prozatekst op een nog hoger plan: soms lijkt het alsof de mens God alleen liefheeft als het hem goed gaat. Cats noemt hierbij Job 1:9-11 en vraagt God, onder verwijzing naar Psalm 89:31-35, ons voor zulk gedrag te behoeden.

Wort dit ghewas ontkleet,
Al wasset lief so worttet leet.
Vermijt u, domme jeught ajuyn te willen schellen,
Of, siet! u treurich oogh sal vande tranen swellen;
Maer sooje met de vrucht wilt spelen sonder leet,
Soo raectse sachtjens aen, en laet het ding gekleet.
Ghy meught u, jongh gesel, ter eeren wel vermaken,
Maer pleegt geen ander min als door eerbiedigh raken:
'T is noch al, soo het plach. Acteon naect verdriet,
Indien hy sonder kleet de jonge nymphen siet.

Na 'tis ontkleet,
Soo wortet leet.
Een waterlantsche trijn sat eens ajuyn en schelde,
En klaeghde dat de lucht haer oogen dapper quelde,
En kijck eens (sprack de meyt) ick hebber mé gespeelt,
En doen heeft my het dingh int minste niet verveelt.
Dus gatet, lieve moer, gingh Els hier tegen seggen,
Met die soo metter haest haer spillen tsamen leggen;
'T is wel soo langh men vrijt, maer trect het rockjen uyt,
Een reuck daer 'toogh af loopt verneemtmen vande bruyt.

Vrient, soo langh alst dient.
Speelt yemant met ajuyn, doch sonder hem te schellen,
So sal die niemants oogh in eenich deel ontstellen,
Maer alsmen dese vrucht van haren rock ontbloot
Soo wort het gantsch ghesicht van enckel tranen root.
Veel menschen zijn beleeft, en weten schoon te praten,
Soo langh sy voor een vrient gheen hayr en moeten laten;
Maer als het qualijck gaet dan isset uytghemalt;
'Men kent de vrienden best wanneerder schade valt'.

Bibliografische referenties

Jacob Cats, Sinne- en minnebeelden. Klik hier voor een digitale uitgave van de editie van 1627, met uitvoerig commentaar.

Hans Luijten, 'Gezien of gelezen? Realia en ontleningen in Jacob Cats' Sinne- en minnebeelden.' In: Leo Jansen, Hans Luijten, Jacqueline de Man, Drie edities, drie verhalen. Lezingen gehouden tijdens het symposium Teksteditie op 2 december 1994. 's-Gravenhage, 1995, p. 35-77. [De tekst van Luijten is - in twee delen gesplitst - te vinden in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

Wijsheid van Jezus Sirach 6:8, Wijsheid van Jezus Sirach 11:4, Wijsheid van Jezus Sirach 37:1, 1 Timoteüs 2:9, 1 Petrus 3:3-4, Job 1:9-11, Psalm 89:31-35