Overzicht bijbelboeken

Letteren > Po√ęzie

Jacob van Maerlant - Spiegel Historiael

Waarmee zou een middeleeuwse wereldgeschiedenis anders beginnen dan met de schepping? God is de alfa en de omega, het begin en het einde, en zo begint ook de omvangrijke Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant (ca. 1225-ca. 1292) vrijwel direct met God die de wereld maakt:

Gods werc upten eersten dach
Dese God, die de creaturen
Niet mogen zien bi naturen
Maecte de werelt int begin.
Die werelt en es meer no min
Dan de hemel (merct dese sproken)
Ende al dat hi hevet beloken
In hem selven altemale,
Alse dat ey in de scale:
Vier, lucht, water ende erde.
Die inglen van groter werde
Maecti (dit spreect de waerhede)
Ende vervulde den hemel daer mede;
Ende God die sciet daer ter stede
Dat licht vander deemsterhede -
Ende dit was die eerste dach.
Die ter werelt ie gelach;
Ende was, alse wijt verstaen,
Dat nu Zondach heet sonder waen. (1e partie, boek 1, h. 3)

(Gods werk op de eerste dag. Deze God, die door schepselen door hun natuurlijke beperkingen niet gezien kan worden, maakte in het begin de wereld. De wereld bestaat uit niets minder dan de hemel (let op deze woorden) en alles wat Hij daarmee omsloten heeft, zoals het ei in de schaal: vuur, lucht, water en aarde. Ook maakte hij de engelen, van groot aanzien (zo spreekt de Schrift), zodat de hemel zich vulde. En God scheidde daar het licht van de duisternis; dit was de eerste dag die in de wereld ooit plaatshad. Het was, zoals ons duidelijk is, wat nu zondag genoemd wordt, zonder twijfel).

Opvallend is dat Maerlant, die dit werk begon omstreeks 1285, de aarde vergelijkt met een dooier die door het uitspansel omsloten wordt als door een eierschaal. Dit is eens temeer een bewijs dat de vaak gehoorde opvatting dat de platte aarde in de Middeleeuwen gemeengoed was, vooral op modern bijgeloof berust. Maerlant, die schreef voor een publiek van adellijke leken (en dus niet voor geestelijken en wetenschappers, die immers toegang hadden tot Latijnse teksten), heeft het niet nodig geacht om de ei-vergelijking omstandig toe te lichten; blijkbaar had zijn publiek voor het begrijpen van de ronde aarde aan twee versparen voldoende.

Heeft betrekking op:

Genesis 1:1-5