Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Jacobus Revius – Het gesanck der drie mannen inden viere

In zijn Over-Ysselsche sangen en dichten heeft Revius o.a. een poëtische bewerking van het lied van de drie jongemannen in de oven opgenomen. In tien strofen van acht regels en een elfde van vier volgt Revius de bijbeltekst op de voet. Boven het lied staan deze aanwijzingen: Wt de Apocryphen. Op de wijse vanden 118. Psalm. Na de lofprijzing en een oproep aan de hele schepping om God te loven, besluit het lied als volgt (strofe 9-11; vgl. Toevoeging A:62-68):

Ghy Priesters die aen sijnen tempel
In sijn voorhoven staet en waeckt
Looft hem met mont en goet exempel,
Des Heeren naem alsins groot maeckt.
Ghy geesten dien het recht behaget,
Ghy heylig' wtvercoren schaer,
Bedroefde die in weemoet claget
Maeckt sijne goetheyt openbaer.

Maer onse wijt ontloken keelen
Hem moeten singen boven al
Die ons verlost heeft onder veelen
Van grousaem leet end' ongeval.
Hy trock ons wt de helle woedich,
Hy trooste ons in banger noot,
Hy vryd' ons wt den oven gloedich
En vanden wreden wissen doot.

Dancket den Heer, dancket den Heere,
Oneyndich is sijn goedicheyt.
Prijst hem die lief hebt sijne leere,
Dancket den Heer in ewicheyt.

Dit lied wordt in de bundel gevolgd door een ander, 'Vant selve' (= over hetzelfde):

Gelijck den salamander t'vier can roven
Sijn cracht, en daer in leven
Soo sachmen vrolick sweven
Int midden vanden blakerenden oven
Drie mannen, met den leytsman van hier boven.
O goddelijck vermaken!
Met vlam omgeven
Noch brant noch doot te smaken!

Bibliografische referenties

Jacobus Revius, Over-Ysselsche sangen en dichten. (Volledige teksten in DBNL.)

Heeft betrekking op:

Toevoegingen aan Daniël A:28