Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Jakobsladder

Eindeloos lijkende, tot de hemel reikende trap.

Ontleend aan Genesis 28: aartsvader Jakob ziet in een droom een trap die tot in de hemel reikt, waarlangs engelen omhoog gaan en weer afdalen. Figuurlijk is het een middel tot gemeenschapsoefening met de hemel: zie het citaat hieronder. Verder is 'jakobsladder' een benaming voor verschillende soorten touwladders, en voor een lopende band (kettingen met bakken) voor het lossen van graan of het uitbaggeren van kanalen en rivieren.

"Niemand zou gelooven, dat die kleine trap, die mij naar de bovenverdieping van mijn Bibliotheek voert, dikwijls een Jacobsladder is om ten hemel op te klimmen." (J. P. Hasebroek, Waarheid en Droomen, door JONATHAN. Leiden, 1872 (5e dr.), p. 126)

Heeft betrekking op:

Genesis 28:10-22, Johannes 1:51